Sollicitatiegesprek groepsleerkracht: 10 vragen
Reken op tien vragen in drie blokken. Onderwijsinhoudelijk gaat het over differentiatie, het leerlingvolgsysteem en wat je doet als de methode niet aansluit. Pedagogisch over passend onderwijs, een veilig klimaat en oudercontact. Professioneel over de overdracht met je duo-partner, je ontwikkelpunten en waarom je juist deze school kiest. Bij veel scholen hoort ook een proefles bij de procedure.
Dinsdagmiddag, vier uur, een personeelskamer met koffie in kartonnen bekertjes. Tegenover je zitten de directeur en een leerkracht uit de bovenbouw. De eerste vraag gaat niet over je motivatie, maar over de rekengroep die je vorig jaar had: hoeveel niveaus, hoe ingedeeld, op basis waarvan. Wie dan uitwijkt naar zijn onderwijsvisie, raakt het teamlid binnen vijf minuten kwijt.
Waarom verloopt een sollicitatiegesprek op een basisschool anders dan elders?
Omdat de directeur binnen een uur wil weten of je een groep zelfstandig kunt draaien. Er zit bijna altijd een teamlid bij dat inschat of je in de bouw past en of de overdracht met een duo-partner gaat lukken. En bij veel scholen hoort een proefles bij de procedure, waardoor je niet alleen op je woorden wordt beoordeeld maar op je handelen voor de klas.
De inzet is groot voor beide kanten. Een school die een groep niet bezet krijgt, verdeelt die groep over collega's. In 2025 stonden er op MeesterBaan 32.433 onderwijsvacatures online, geplaatst door 4.134 verschillende scholen en onderwijsorganisaties. Directeuren voeren dus veel gesprekken en herkennen meteen welk antwoord opvalt.
Wat onderscheidt is bijna altijd hetzelfde: een concrete groep, een concreet moment in de week en een besluit dat je nam op basis van wat je zag. Vertel dus over de dinsdagochtend waarop je de instructiegroep opnieuw indeelde, niet over je opvatting van gepersonaliseerd leren.
| Blok | Vraag | Waar de directeur op let |
|---|---|---|
| Onderwijsinhoudelijk | Hoe geef je invulling aan differentiatie? | Een concrete indeling en data uit het LVS |
| Onderwijsinhoudelijk | Hoe gebruik je het leerlingvolgsysteem? | Toetsresultaten die je aanpak veranderen |
| Onderwijsinhoudelijk | Wat doe je als de methode niet aansluit? | Eigen oordeel plus overleg |
| Pedagogisch | Hoe begeleid je een leerling met een ondersteuningsbehoefte? | Balans met de rest van de groep |
| Pedagogisch | Hoe zorg je voor een veilig pedagogisch klimaat? | Een aanpak bij naam, zichtbaar resultaat |
| Pedagogisch | Hoe breng je vervelend nieuws aan ouders? | Setting, volgorde en toon |
| Professioneel | Hoe regel je de overdracht met je duo-partner? | Een vast systeem, geen goede bedoelingen |
| Professioneel | Wat zijn je ontwikkelpunten? | Eén specifiek punt, met aanpak |
| Professioneel | Waarom wil je bij deze school werken? | Kennis van het schoolplan |
| Proefles | Hoe bereid je een les voor bij een onbekende groep? | Klassenmanagement en afsluiting |
De blokken volgen de volgorde van de meeste gesprekken in het basisonderwijs. Begin je pas bij de brief, lees dan eerst hoe je een sollicitatiebrief als groepsleerkracht schrijft: de voorbeelden daaruit komen in het gesprek terug.
Welke onderwijsinhoudelijke vragen stelt een directeur?
Drie vragen keren bijna altijd terug. Ze gaan over differentiatie, over het leerlingvolgsysteem en over wat je doet wanneer de methode niet aansluit bij je groep. Samen toetsen ze of je echt lesgeeft of er vooral goed over praat. Dit blok is het meest PO-specifieke deel van het gesprek: in het voortgezet onderwijs komen deze vragen in deze vorm niet voor.
Vraag 1: Hoe geef je invulling aan differentiatie in een klas met verschillende niveaus?
De meest gestelde inhoudelijke vraag, en de vraag waarop het vaakst een definitie volgt in plaats van een aanpak. Een antwoord dat blijft hangen klinkt zo: "In mijn vorige groep 5 werkte ik bij rekenen met drie niveaugroepen. Een instructiegroep die extra uitleg nodig had, een basisgroep die na de klassikale instructie zelfstandig verder kon en een verrijkingsgroep met verdiepende opdrachten. De instructiegroep kreeg verlengde instructie aan de instructietafel. De vorderingen noteerde ik in het leerlingvolgsysteem en elke zes weken paste ik de indeling aan."
Vraag 2: Hoe gebruik je het leerlingvolgsysteem in je dagelijkse praktijk?
Deze vraag scheidt de leerkracht die het systeem invult omdat het moet van de leerkracht die er zijn week mee inricht. Een toetsresultaat moet leiden tot een aanpassing: "Na de middentoets zag ik dat vier leerlingen vastliepen op het optellen over het tienvoud. Die vier heb ik drie weken lang een kwartier per dag apart genomen tijdens het zelfstandig werken. Bij de volgende toets haalden drie van de vier het streefniveau, de vierde besprak ik met de intern begeleider."
Vraag 3: Wat doe je als je merkt dat de methode niet aansluit bij je leerlingen?
Een subtiele vraag: hij peilt naar eigen oordeel én naar respect voor schoolafspraken. De sleutel zit in het overleg: "Vorig jaar merkte ik dat de begrijpend-leesmethode te veel tekst per les aanbood voor mijn groep. Ik heb dat met de intern begeleider besproken en voorgesteld twee lessen samen te voegen tot één les met minder tekst en meer modelen. Dat hebben we een blok geprobeerd en daarna voor de hele bouw overgenomen."
Welke pedagogische vragen kun je verwachten?
Het tweede blok gaat over de groep als samenleving in het klein. Sinds de invoering van de Wet passend onderwijs in 2014 hebben scholen zorgplicht voor elke aangemelde leerling, en dat maakt ondersteuningsbehoeften dagelijkse praktijk in reguliere groepen. De directeur wil weten of je de intern begeleider inschakelt en tegelijk de rest van de groep bedient.
Vraag 4: Hoe ga je om met een leerling met een ondersteuningsbehoefte in een reguliere groep?
Noem een echte leerling en een echte maatregel, geen beleidstaal. Bijvoorbeeld: "In groep 4 had ik een leerling met een taalontwikkelingsstoornis. Met de intern begeleider hebben we het handelingsplan vertaald naar drie afspraken in de klas: opdrachten van één stap, visuele ondersteuning bij elke instructie en een vaste plek vooraan. Ik liet hem zijn opdracht herhalen voordat de klas begon. Dat kostte dertig seconden per les en scheelde tien minuten herstelwerk achteraf."
Vraag 5: Hoe creëer je een veilig pedagogisch klimaat in je klas?
Veilig klimaat is een kernterm in elk inspectiekader, en precies daarom komt er vaak een definitie terug in plaats van een werkwijze. Wat wel scoort: een aanpak bij naam en een resultaat dat iemand had kunnen zien. "Onze school werkte met de Kanjertraining. Ik gebruikte die taal het hele jaar door, ook op het plein. In september maakten we vier klassenafspraken die aan de deur hingen. Na de kerstvakantie kwamen leerlingen zelf met ruzies naar me toe."
Vraag 6: Hoe communiceer je met ouders, ook als er vervelend nieuws te vertellen is?
Oudercontact is een substantieel deel van de taak en wordt in de voorbereiding vaak overgeslagen. De directeur let op de setting en op de volgorde. "Zo'n gesprek voer ik niet in de gang bij het uitgaan van de school, maar op een geplande afspraak. Ik begin met wat ik heb gezien en gemeten. Daarna vertel ik wat ik in de klas al heb aangepast. Pas dan vraag ik hoe het thuis gaat, en ik sluit af met een vervolgafspraak."
Welke vragen gaan over samenwerking in het team?
Het derde blok toetst of je in dit team past. Dat is geen bijzaak in het basisonderwijs: leerkrachten werken gemiddeld ruim 0,72 fte (PO-Raad sectorrapportage, meting 2022-2023), waardoor veel groepen door twee mensen worden gedraaid. Het teamlid dat bij het gesprek zit, luistert bij dit blok het scherpst mee.
Vraag 7: Hoe werk je samen met een duo-partner aan de overdracht van een klas?
Een antwoord over "goed communiceren" zegt niets. Een systeem wel: "Mijn duo-partner en ik hielden een gedeeld document bij met per dag drie blokken: wat er speelde, wie aandacht nodig heeft en de planning voor de volgende dag. Dat kostte tien minuten per dag. Eén keer per week namen we een kwartier om het mondeling door te nemen."
Vraag 8: Wat zijn jouw ontwikkelpunten als groepsleerkracht?
De riskantste vraag, omdat kandidaten in twee vallen stappen: te bescheiden ("ik leer nog veel") of afhoudend ("weinig, eigenlijk"). Noem één punt, eerlijk, met een aanpak: "Bij klassenmanagement wacht ik soms te lang voordat ik ingrijp bij onrust. Ik heb daar met mijn schoolopleider aan gewerkt met een kijkwijzer, waarop zij noteerde hoeveel seconden er zaten tussen signaal en reactie. Dat is korter geworden, maar het blijft een punt waar ik op let." Hoe die drukte ontstaat, staat in het artikel over de werkweek en werkdruk van een groepsleerkracht.
Vraag 9: Waarom wil je bij deze school werken?
De meest gestelde vraag, met de meest generieke fout: kandidaten noemen de school niet bij naam en zeggen iets over een fijne sfeer. Koppel een element uit het schoolplan aan je eigen werkwijze. "Uw team werkt met De Vreedzame School, en in het schoolplan staat dat leerlingen zelf mediator worden. In mijn stage werkte ik met die aanpak, maar alleen in mijn eigen klas. Ik wil ervaren wat het doet als een hele school dezelfde taal spreekt."
Hoe bereid je je voor op de proefles?
Een proefles is geen vast onderdeel van elke procedure. Je hoort in de uitnodiging of bij de telefonische afspraak of er een les van je wordt gevraagd, en alleen dan bereid je er een voor. Wordt de proefles wel gevraagd, dan weegt die vaak zwaarder dan het gesprek zelf: de directeur ziet in dertig minuten wat een antwoord alleen kan beweren.
Bel voordat je iets voorbereidt de school op en stel drie vragen: om welke groep gaat het, hoeveel leerlingen zitten erin en zijn er leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. Met die informatie kies je een les met een heldere instructie, een zelfstandig werkmoment en een korte nabespreking. Neem geen spectaculaire activiteit mee. Een goed opgebouwde rekenles zegt meer over je vakmanschap dan een knutselproject dat toevallig leuk is. Neem een uitgeschreven lesvoorbereiding mee op papier en geef die aan de directeur voordat je begint, zodat hij kan volgen wat je van plan bent.
De beoordelaar let op vier dingen. Hoe ga je om met onrust, dus grijp je in of laat je het lopen. Zie je welke leerling meer uitleg nodig heeft en doe je daar iets mee. Hoe reageer je op een leerling die iets door de klas roept. En kun je de les in vijf minuten samenvatten, waarbij twee of drie leerlingen vertellen wat ze hebben geleerd. Die afsluiting wordt het vaakst overgeslagen en het scherpst opgemerkt.
Welke vragen stel je zelf aan de directeur?
Een gesprek gaat twee kanten op, en de vragen die je stelt zeggen net zoveel over je als je antwoorden. Vraag niet naar de sfeer, want daar zegt iedereen iets aardigs over. Vraag naar de afspraken die je werkweek bepalen: het werkverdelingsplan, de besteding van de werkdrukmiddelen en je begeleiding in het eerste jaar.
Het werkverdelingsplan is vastgelegd in artikel 2.2 van de CAO PO 2025-2027. Daarin staat hoe het werk over de beschikbare uren van het personeel wordt verdeeld: de verdeling van de groepen, de uren voor lesgevende taken, de opslagfactor voor voor- en nawerk en de inzet van de werkdrukmiddelen. Het team bespreekt het plan en de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht. Vraag of je het mag inzien.
Vraag ook waaraan het team de werkdrukmiddelen dit schooljaar besteedt. Gaat dat geld naar een onderwijsassistent, naar een vakleerkracht bewegingsonderwijs of naar het schrappen van vergaderingen, dan merk je dat terug in je eigen uren. De formele jaartaak is 1659 uur bij een voltijdbaan, waarvan standaard maximaal 940 uur voor lesgevende taken, ongeveer 25 lesuren per week (CAO PO 2025-2027). In het meest recente grootschalige urenonderzoek lag de praktijk daarboven, op gemiddeld 46,9 uur per week (AOb-tijdsbestedingsonderzoek, meting 2015-2016).
Over salaris hoef je niet omzichtig te doen, want de bedragen staan in de cao. Een leerkracht in schaal L10 verdient per 1 november 2025 tussen € 3.622 en € 5.520 bruto per maand bij een voltijdbaan (PO-Raad, salaristabellen CAO PO 2025-2027). Vraag in welke schaal de functie valt en met welke trede je start. Zie verder de arbeidsvoorwaarden uit de CAO PO en de uitleg over wat een groepsleerkracht verdient.
Veelgestelde vragen over het sollicitatiegesprek als groepsleerkracht
Welke vragen kan ik verwachten tijdens een sollicitatiegesprek als groepsleerkracht?
Onderwijsinhoudelijk: differentiatie, het leerlingvolgsysteem en wat je doet als de methode niet aansluit. Pedagogisch gaat het over passend onderwijs, een veilig klimaat en oudercontact. Professioneel over de overdracht met je duo-partner, je ontwikkelpunten en je keuze voor deze school. Die eerste categorie komt in het voortgezet onderwijs niet voor.
Hoe bereid ik me voor op een proefles als groepsleerkracht?
Vraag de school vooraf om het groepsnummer, het aantal leerlingen en of er leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte in de groep zitten. Kies een les met een heldere instructie en een zelfstandig werkmoment. Sluit af met een nabespreking van vijf minuten waarin twee of drie leerlingen vertellen wat ze hebben geleerd.
Hoe beantwoord ik de vraag wat mijn ontwikkelpunten zijn?
Noem één specifiek punt en vertel er meteen bij wat je eraan hebt gedaan. Vermijd het vage antwoord dat je nog veel leert en het afhoudende antwoord dat je weinig ontwikkelpunten hebt. Een voorbeeld: je wacht bij onrust soms te lang voordat je ingrijpt, je hebt daar met een kijkwijzer aan gewerkt en ziet verbetering.
Welke vragen stel ik zelf aan de directeur?
Vraag of je het werkverdelingsplan mag inzien, want daarin staat hoe het werk over de uren van het team wordt verdeeld (artikel 2.2, CAO PO 2025-2027). Vraag waaraan het team de werkdrukmiddelen dit schooljaar besteedt en welke begeleiding je in je eerste jaar krijgt. Dat voorspelt je werkweek beter dan de vacaturetekst.
Mag ik tijdens het gesprek naar salaris en contract vragen?
Ja, en het wordt niet als onbescheiden gezien, omdat de bedragen in de cao staan. Een leerkracht in schaal L10 verdient per 1 november 2025 tussen € 3.622 en € 5.520 bruto per maand bij een voltijdbaan (PO-Raad). Vraag naar de schaal, de starttrede gezien je ervaring en de contractvorm.
Een gesprek voor groepsleerkracht win je met voorbeelden uit je eigen klas, niet met opvattingen over onderwijs. Bereid per blok één situatie voor die je tot in detail kent. Twijfel je nog over het beroep, lees dan wat een groepsleerkracht doet of de functiebeschrijving van leerkracht. Kom je uit een andere sector, dan legt het artikel over zij-instromer groepsleerkracht worden de routes uit, en de acht tips voor een succesvol sollicitatiegesprek gelden voor elke onderwijsfunctie.
Bronnen
- PO-Raad, CAO primair onderwijs 2025-2027
- PO-Raad, Toolbox werkdrukmiddelen en professionalisering
- Rijksoverheid, Zorgplicht en samenwerken scholen in passend onderwijs
- Algemene Onderwijsbond, Tijdsbesteding leraren po en vo
- PO-Raad, Sectorrapportage personeel primair onderwijs
- MeesterBaan, Feiten en cijfers
Laatste update: oktober 2026. Gecontroleerd op 06-10-2026.
