Arbeidsvoorwaarden groepsleerkracht: de CAO PO uitgelegd
Je valt onder de CAO PO 2025-2027, die loopt van 1 november 2025 tot en met 28 februari 2027. Naast je salaris regelt die cao een jaartaak van 1659 uur, 428 verlofuren per jaar, 8% vakantiegeld in mei, 8,33% eindejaarsuitkering in december, een oktobertoelage, een scholingsbudget van € 555 per jaar en pensioenopbouw bij het ABP.
Op de keukentafel ligt een aanstellingsbrief van een basisschool. Groep 5, 0,8 fte, ingangsdatum 1 augustus. Het maandbedrag staat er netjes in, en verder één zin: "Op deze arbeidsovereenkomst is de CAO PO van toepassing." Achter die zin zit een document van ruim tweehonderd pagina's over je uren, je verlof, je scholing en je pensioen. Wie tekent zonder dat te lezen, tekent voor het grootste deel van zijn arbeidsvoorwaarden blind.
Welke onderdelen bevat het arbeidsvoorwaardenpakket van een groepsleerkracht?
Het pakket bestaat uit tien onderdelen die samen je beloning en je werkomstandigheden bepalen: salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering, oktobertoelage, professionaliseringsbudget, reiskosten, vakantieverlof, jaartaak, pensioen en de regels rond tijdelijke contracten. Alle tien zijn vastgelegd in de CAO PO 2025-2027, afgesloten door de PO-Raad en de onderwijsvakbonden.
Het overzicht geldt bij een volledige betrekking van 1,0 fte. Werk je in deeltijd, dan schalen de bedragen en de uren mee met je werktijdfactor. Het zijn brutobedragen, met uitzondering van de reiskostenvergoeding.
| Arbeidsvoorwaarde | Wat je krijgt bij voltijd |
|---|---|
| Salaris | Schaal L10, in de praktijk nog vaak LB genoemd: € 3.622 tot € 5.520 bruto per maand per 1 november 2025 (PO-Raad, salaristabellen cao po 2025-2027) |
| Vakantiegeld | 8% van het jaarsalaris, uitbetaald in mei |
| Eindejaarsuitkering | 8,33% van het jaarsalaris, uitbetaald in december |
| Oktobertoelage | € 302,50 per jaar als je nog niet in de hoogste trede zit, € 1.640 per jaar als je die wel hebt bereikt, opbouw vanaf 1 november 2025 |
| Professionaliseringsbudget | 123 uur per jaar plus € 555 per jaar vanaf 1 augustus 2026 |
| Reiskosten woon-werkverkeer | € 0,18 per kilometer vanaf 5 kilometer enkele reis, per 1 januari 2026 |
| Vakantieverlof | 428 uur per jaar, op te nemen tijdens de schoolvakanties |
| Jaartaak | 1659 uur per schooljaar, standaard maximaal 940 lesuren |
| Pensioen | Opbouw bij het ABP, premie 27,1% in 2026, waarvan je werkgever 18,97% betaalt |
| Contract | Vast dienstverband na drie tijdelijke contracten of na drie jaar, met afwijkende regels voor vervanging en zij-instroom |
Bron: CAO PO 2025-2027 (PO-Raad), geldig van 1 november 2025 tot en met 28 februari 2027. De exacte bedragen per schaal en trede staan in het artikel over het salaris van een groepsleerkracht. Hoe een deeltijdaanstelling doorwerkt in uren en maandbedrag, legt fte berekenen in het onderwijs uit.
Hoe werken de jaartaak en het werkverdelingsplan?
Een voltijdbaan in het primair onderwijs is een jaartaak van 1659 uur per schooljaar. Daarvan is standaard maximaal 940 uur bestemd voor lesgevende taken, ongeveer 25 lesuren per week. De rest van de jaartaak gaat naar voorbereiding, nawerk, overleg, oudercontact en professionalisering. Het team legt de verdeling elk jaar vast in het werkverdelingsplan.
Het werkverdelingsplan is het scharnierpunt van je werkweek. Het team stelt het op, de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad moet ermee instemmen. In dat plan staat hoeveel lesuren er per groep zijn, welke opslagfactor de school hanteert voor voor- en nawerk, hoe de schooltaken verdeeld worden en wanneer het team samen professionaliseert.
Dat instemmingsrecht is meer dan een formaliteit. Een school die 940 lesuren inroostert en er een fors takenpakket bij legt, komt boven de 1659 uur uit. Het team kan dat plan tegenhouden. Vraag bij een sollicitatie om het werkverdelingsplan van het lopende schooljaar: dat document vertelt je concreter hoe je jaar eruitziet dan welke vacaturetekst ook.
De jaartaak is een jaarbedrag, geen weekbedrag. Een week rond de rapporten mag zwaarder zijn, zolang een andere week lichter is. Meer dan 940 lesuren mag ook, maar alleen met wederzijds goedvinden en binnen het totaal van 1659 uur. Hoe die uren in de praktijk uitpakken, staat in het artikel over de werkweek van een groepsleerkracht.
Hoeveel verlof en vakantie heb je als groepsleerkracht?
Je hebt recht op 428 uur vakantieverlof per jaar bij een volledige betrekking, ongeveer elf weken. Dat verlof neem je op tijdens de schoolvakanties, inclusief de erkende feestdagen. De CAO PO 2025-2027 kent verder buitengewoon verlof, spaarverlof en ouderschapsverlof, elk met eigen voorwaarden en een eigen mate van doorbetaling.
De koppeling aan de schoolvakanties is het grootste verschil met een baan buiten het onderwijs. Je kiest je vakantieweken niet zelf. Daartegenover staat dat je vakantieperiode ruim is en voor het hele jaar vastligt. De data vind je in het overzicht van de schoolvakanties 2026-2027. Werk je bij een organisatie die onderwijs en kinderopvang combineert, dan mag een deel van het vakantieverlof sinds de CAO PO 2025-2027 in overleg buiten de schoolvakanties vallen.
Ouderschapsverlof is in het primair onderwijs gunstiger geregeld dan het wettelijk minimum. De wet geeft negen weken betaald ouderschapsverlof in het eerste levensjaar, waarbij het UWV 70% van je dagloon vergoedt (Rijksoverheid, regeling sinds augustus 2022). De CAO PO geeft je per kind 1040 klokuren ouderschapsverlof, waarvan maximaal 415 uur betaald. In het eerste levensjaar behoud je 75% van je salaris over die uren, daarna tot de vierde verjaardag 55%. De resterende 625 uur zijn onbetaald en kun je opnemen tot je kind acht jaar is.
Bestaat de bindingstoelage nog in het primair onderwijs?
Nee. De bindingstoelage voor het primair onderwijs is in augustus 2018 voor het laatst uitbetaald en per 1 september 2018 verwerkt in de nieuwe salarisschalen L10, L11 en L12. De functie die de bindingstoelage vervulde, extra beloning voor wie het maximum van zijn schaal heeft bereikt, is sinds 2025 overgenomen door de oktobertoelage.
De oktobertoelage kent twee bedragen. Zit je in de hoogste trede van je schaal, dan ontvang je € 1.640 bruto per jaar bij voltijd. Zit je daar nog niet in, dan ontvang je € 302,50 bruto per jaar. Dat lagere bedrag is nieuw in de CAO PO 2025-2027: tot dan was de toelage alleen bestemd voor leraren in de hoogste trede en voor ondersteunend personeel vanaf schaal 9. De opbouw van dat recht begint op 1 november 2025.
De toelage bouw je maand voor maand op, naar rato van je werktijdfactor en je diensttijd, en de uitbetaling volgt elk jaar in oktober. Aanvragen hoeft niet. Houd er rekening mee dat de oktobertoelage als bijzondere beloning wordt belast, waardoor het nettobedrag lager uitvalt dan het brutobedrag doet vermoeden.
Vakantiegeld en eindejaarsuitkering zijn standaardbepalingen: 8% over je jaarsalaris in mei en 8,33% in december (CAO PO 2025-2027). Een school mag daar niet naar beneden van afwijken. Bij een startsalaris van € 3.622 bruto per maand per 1 november 2025 is dat samen ruim € 7.000 bruto extra per jaar.
Hoeveel professionaliseringsbudget krijg je per jaar?
Je hebt recht op 123 uur per jaar voor professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid, plus een geldbedrag. Dat bedrag gaat per 1 augustus 2026 van € 525 naar € 555 per jaar bij een volledige betrekking (CAO PO 2025-2027). De 123 uur bestaat uit 83 uur professionalisering en 40 uur duurzame inzetbaarheid, die je sinds de vorige cao vrij mag verdelen.
Dit heet het PDI-budget, kort voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Je beslist zelf waaraan je het besteedt, binnen het gesprek dat je daarover met je leidinggevende voert. Een vakinhoudelijke cursus, een opleiding tot rekencoördinator, een congres of studieliteratuur valt er allemaal onder. De uren zijn geen vrij opneembaar verlof, ze zijn bestemd voor ontwikkeling.
Het budget is een minimumbepaling. Schoolbesturen mogen het verhogen, verlagen mag niet. In de praktijk verschilt het scholingsklimaat sterk per bestuur: sommige besturen leggen er een eigen scholingspot bovenop of betalen een masteropleiding volledig, andere houden het bij het cao-minimum. Voor directieleden geldt vanaf 1 augustus 2026 een apart budget van € 3.330 per jaar.
Begin je net als leraar, dan komt er een bijzonder inductiebudget van 40 uur per jaar bij, gedurende je eerste drie jaar in het primair onderwijs. Die uren zijn bedoeld voor begeleiding, coaching en het verminderen van je lestaak in het begin. Kom je uit een andere sector, dan is dat inductiebudget een van de redenen waarom het eerste jaar behapbaar blijft. Wat zo'n overstap verder inhoudt, staat in het overzicht van alle zes zij-instroomroutes.
Hoe is je pensioen bij het ABP geregeld?
Als groepsleerkracht bouw je verplicht pensioen op bij het ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. De premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt 27,1% in 2026, een lichte stijging ten opzichte van 27,0% in 2025. Je werkgever betaalt daarvan 18,97 procentpunt en jij 8,13 procentpunt, ongeveer een verdeling van 70 om 30 (ABP, premie 2026).
Die verdeling is een van de sterkste onderdelen van het onderwijspakket, en je ziet hem alleen als je hem uitrekent. Van elke euro pensioenpremie betaalt de werkgever ruim zeventig cent. Bij een salaris van € 3.622 bruto per maand per 1 november 2025 gaat het om enkele honderden euro's per maand die niet als loon op je strook staan, maar wel je pensioen opbouwen.
Je werknemersdeel zie je wel terug: het wordt maandelijks ingehouden op je brutosalaris, berekend over de pensioengrondslag. Dat is je salaris minus de franchise, het deel waarover je geen pensioen opbouwt omdat je daarvoor later AOW ontvangt. Het ABP regelt ook nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen.
Kom je uit het bedrijfsleven, vergelijk dan niet alleen de brutobedragen maar ook de pensioenregelingen. Een werkgeversbijdrage van 18,97% ligt boven wat in veel sectoren gebruikelijk is.
Wat regelt de cao voor duurzame inzetbaarheid?
Duurzame inzetbaarheid gaat over de vraag of je dit werk gezond kunt volhouden tot je AOW-leeftijd. De CAO PO 2025-2027 vult dat in met uren: 40 van je 123 PDI-uren zijn hiervoor bestemd, en vanaf 57 jaar komt daar een bijzonder budget van 130 uur per jaar bij, tot je AOW-leeftijd.
Die 130 uur zijn ongeveer vier werkweken op jaarbasis bij voltijd. Je kunt ze inzetten voor ontwikkeling, maar ook voor extra verlof. Kies je voor verlof, dan geldt een eigen bijdrage van 40% tot 50% van je salaris over die uren, afhankelijk van je schaal. Het is dus geen cadeau, wel een betaalbare manier om in de laatste jaren van je loopbaan een dag per maand minder voor de klas te staan.
De koppeling aan leeftijd is bewust: een groep van tweeëntwintig kinderen vijf dagen per week draaien vraagt op je zestigste iets anders dan op je dertigste. Scholen die de 130 uur actief onder de aandacht brengen, houden ervaren leerkrachten langer binnen.
Wat de cao niet regelt, is hoe de vrijgekomen uren worden opgevangen. Neemt een collega structureel verlof op, dan moet de school vervanging vinden in een krappe arbeidsmarkt. In 2025 stonden er op MeesterBaan 32.433 onderwijsvacatures online, geplaatst door 4.134 verschillende scholen en onderwijsorganisaties. Vraag dus ook of collega's de regeling daadwerkelijk gebruiken.
Wanneer wordt je tijdelijke contract een vast contract?
De hoofdregel volgt de wet: na meer dan drie opeenvolgende tijdelijke contracten, of na meer dan drie jaar aaneengesloten tijdelijk werk bij dezelfde werkgever, ontstaat automatisch een vast dienstverband. Contracten tellen als opeenvolgend zolang er niet meer dan zes maanden tussen zit. Dit staat in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek; de CAO PO 2025-2027 wijkt daar op twee punten van af.
De eerste afwijking geldt voor vervangingswerk. Daarvoor mag een schoolbestuur maximaal zes tijdelijke contracten binnen 36 maanden aanbieden zonder dat er een vast dienstverband ontstaat. Vervang je een zieke collega, dan geldt binnen die 36 maanden zelfs geen maximum aantal contracten. Wat dat in de praktijk betekent, staat in het artikel over werken als invalkracht in het basisonderwijs.
De tweede afwijking betreft zij-instromers. Zij krijgen een tijdelijk contract onder de ontbindende voorwaarde dat zij binnen de looptijd hun bevoegdheid halen. In de CAO PO 2025-2027 is die termijn verruimd van twee naar vier jaar, met twee verlengingen van elk een jaar, omdat zo'n traject in de praktijk vaak langer duurt. Haal je de bevoegdheid niet binnen vier jaar, dan eindigt het contract van rechtswege.
Veelgestelde vragen over de arbeidsvoorwaarden van een groepsleerkracht
Welke arbeidsvoorwaarden krijg je als groepsleerkracht volgens de cao primair onderwijs?
De CAO PO 2025-2027 regelt je salaris, 8% vakantiegeld in mei, 8,33% eindejaarsuitkering in december, een oktobertoelage van € 302,50 of € 1.640 per jaar, 123 scholingsuren plus € 555 per jaar vanaf 1 augustus 2026, reiskosten van € 0,18 per kilometer, 428 verlofuren, een jaartaak van 1659 uur en pensioenopbouw bij het ABP.
Hoeveel vakantiegeld en eindejaarsuitkering krijgt een groepsleerkracht?
Je ontvangt 8% vakantiegeld over je jaarsalaris, uitbetaald in mei, en 8,33% eindejaarsuitkering, uitbetaald in december. Beide zijn standaardbepalingen in de CAO PO 2025-2027, waar een schoolbestuur niet naar beneden van mag afwijken. Bij deeltijd gelden ze naar rato van je werktijdfactor.
Wat is het professionaliseringsbudget voor groepsleerkrachten?
Het PDI-budget bestaat uit 123 uur per jaar bij voltijd en een geldbedrag dat per 1 augustus 2026 stijgt van € 525 naar € 555 per jaar (CAO PO 2025-2027). Je besteedt het zelf aan scholing of andere ontwikkeling. Schoolbesturen mogen het verhogen, verlagen niet. Startende leraren krijgen drie jaar lang 40 extra uren.
Hoeveel verlof heeft een groepsleerkracht per jaar?
Bij een volledige betrekking heb je 428 uur vakantieverlof per jaar, ongeveer elf weken, op te nemen tijdens de schoolvakanties en inclusief de erkende feestdagen. De CAO PO 2025-2027 kent verder buitengewoon verlof, spaarverlof en ouderschapsverlof van 1040 uur per kind, waarvan maximaal 415 uur gedeeltelijk doorbetaald.
Wanneer krijg je als groepsleerkracht een vast contract?
Na meer dan drie opeenvolgende tijdelijke contracten of na meer dan drie jaar tijdelijk werk bij dezelfde werkgever, met tussenpozen van maximaal zes maanden (artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek). Voor vervangingswerk mag een bestuur zes contracten in 36 maanden geven. Zij-instromers werken maximaal vier jaar tijdelijk, onder de voorwaarde dat zij hun bevoegdheid halen.
Je arbeidsvoorwaarden als groepsleerkracht zijn voor een groot deel collectief geregeld, en dat is je voordeel: je onderhandelt niet over vakantiegeld, pensioenpremie of scholingsbudget, want die liggen vast. Scholen verschillen wel in de invulling: het werkverdelingsplan, de ruimte voor scholing boven het minimum en de omgang met piekperioden. Wil je de bedragen per schaal en trede zien, lees dan wat een groepsleerkracht verdient of de salariswijzer over wat een leerkracht in het po verdient. Oriënteer je je nog op het beroep zelf, dan geven wat een groepsleerkracht doet en de functiebeschrijving van leerkracht het beste beeld.
Bronnen
- PO-Raad, CAO primair onderwijs 2025-2027
- PO-Raad, Akkoord voor de CAO PO 2025-2027
- PO-Raad, Pensioenpremie 2026 stijgt licht naar 27,1%
- Wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 668a
- Rijksoverheid, Wanneer heb ik recht op betaald ouderschapsverlof
- MeesterBaan, Feiten en cijfers
Laatste update: september 2026. Gecontroleerd op 17-09-2026.
