Wat doet een groepsleerkracht en wat houdt het beroep in?

3 september 2026

Wat doet een groepsleerkracht en wat houdt het beroep in?
Een groepsleerkracht is een bevoegde leerkracht in het basisonderwijs die alle vakken geeft aan één vaste klas kinderen van 4 tot 12 jaar. Je bent verantwoordelijk voor de cognitieve groei op rekenen, taal, lezen en schrijven, en net zo goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van je leerlingen. Waar een vakleerkracht één vak aan meerdere klassen geeft, ben jij het vaste aanspreekpunt voor één groep, het hele schooljaar.

Half negen op een maandag in november. Groep 5 komt binnen met natte jassen, drie kinderen willen tegelijk vertellen over hun weekend en op je bureau ligt een briefje van een ouder. Over twintig minuten start de rekeninstructie en je weet al wie daarna aanschuift aan de instructietafel. Dat schakelen is dit beroep.

Waar is een groepsleerkracht verantwoordelijk voor?

Voor het onderwijs én de ontwikkeling van één groep. Je plant en geeft de lessen, houdt de vorderingen bij in het leerlingvolgsysteem, signaleert wat een kind nodig heeft en schakelt met ouders en met de intern begeleider. Daarbovenop ligt het pedagogische werk: van ruim twintig kinderen een groep maken waarin ze kunnen leren, en die groep het hele jaar bij elkaar houden.

Het primair onderwijs telde in 2025 ruim 1,46 miljoen leerlingen, verdeeld over 6.506 scholen en instellingen (OCW in cijfers, peiljaar 2025). Vrijwel al die kinderen zitten in een groep met één of twee vaste leerkrachten. Die positie verklaart de breedte van het takenpakket: bijna alles wat een kind op school meemaakt, loopt via jou.

De kern is lesgeven. Je geeft instructie, laat leerlingen zelfstandig verwerken en controleert of de stof is geland. Omdat de niveauverschillen binnen één groep groot zijn, geef je die instructie zelden aan iedereen tegelijk: een deel van de klas werkt door terwijl jij met een klein groepje aan de instructietafel zit.

Om het lesgeven heen ligt een tweede laag. Je vult het leerlingvolgsysteem, schrijft handelingsplannen voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, voert oudergesprekken en bespreekt zorgleerlingen met de intern begeleider. Die registratielast is voor veel beginnende leerkrachten de grootste verrassing van het eerste jaar, en het is eerlijker om dat vooraf te weten dan achteraf.

De derde laag laat zich niet plannen. Een kind dat thuis iets ingrijpends meemaakt of een groep die na de kerstvakantie onrustig terugkomt: jij merkt het en jij pakt het op. Een uitgebreidere beschrijving staat op de kennisbankpagina over de functie van leerkracht.

Wat doet een groepsleerkracht op een dag?

Een schooldag kent een vast ritme: voorbereiden, ontvangen, instructie geven, differentiëren, pauzetoezicht, creatieve vakken en zaakvakken, afsluiten en nazorg. Voor de klas sta je ongeveer vijfeneenhalf uur, maar je dag begint eerder en eindigt later. Acht stappen vormen samen de dagindeling die op vrijwel elke basisschool herkenbaar is, van groep 1 tot en met groep 8.

Geen dag als groepsleerkracht is hetzelfde, maar er is wel een herkenbaar ritme. Dit is een typische werkdag.

  1. Voorbereiding: lessen en materialen klaarzetten, de dag plannen voor de groep en bijzonderheden noteren.
  2. Ontvangst: leerlingen begroeten bij aankomst, de aanwezigheid controleren en de dag met de groep introduceren.
  3. Instructiemomenten: lesgeven in kernvakken als rekenen, taal, begrijpend lezen en schrijven, afgewisseld met zelfstandig werken.
  4. Differentiatie: individuele leerlingen extra uitleg of verrijkingsopdrachten geven, op basis van het leerlingvolgsysteem.
  5. Pauze en buitentijd: toezicht houden op het plein en sociaal-emotionele begeleiding tijdens vrije momenten.
  6. Creatieve vakken en zaakvakken: muziek, handvaardigheid, aardrijkskunde, geschiedenis of bewegingsonderwijs, soms gegeven door een vakleerkracht.
  7. Afsluiting van de dag: huiswerk meegeven, de dag evalueren met de klas en leerlingen begeleiden naar huis.
  8. Nazorg: nakijken, resultaten invoeren in het leerlingvolgsysteem, handelingsplannen bijwerken en oudercontact voorbereiden.

De eerste zeven stappen spelen zich af tussen ongeveer kwart voor acht en drie uur. Stap acht valt daarbuiten. Formeel telt een voltijdbaan 1659 uur per schooljaar, waarvan standaard maximaal 940 uur lesgevende taken (CAO PO 2025-2027). Hoeveel uur er in de praktijk in een week gaat zitten en hoe de werkdruk uitpakt, staat in het artikel over de werkweek van een groepsleerkracht.

Stap acht is de stap die buitenstaanders zelden zien: nakijken, resultaten invoeren en handelingsplannen bijwerken gebeurt na schooltijd of thuis. Vraag bij een sollicitatie hoeveel tijd de school daarvoor in het werkverdelingsplan rekent.

Welke vakken geeft een groepsleerkracht?

Vrijwel alle vakken. Rekenen en wiskunde, Nederlandse taal in de volle breedte, en vanaf groep 7 verplicht ook Engels. Daar komen de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuur bij, plus de creatieve vakken. Alleen bewegingsonderwijs en muziek worden op een deel van de scholen door een vakleerkracht verzorgd. De groepsleerkracht is van alle markten thuis.

De kernvakken vormen het grootste deel van de lesweek. Rekenen en wiskunde staan vrijwel dagelijks op het rooster. Nederlandse taal valt uiteen in technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, woordenschat en schrijven, elk met een eigen opbouw per leerjaar. Engels in het basisonderwijs is verplicht vanaf groep 7 (SLO), al mogen scholen er eerder mee beginnen en doen veel scholen dat ook.

De zaakvakken brengen de wereld de klas in: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek, vaak in thema's of projecten. De creatieve vakken muziek, handvaardigheid, tekenen en drama staan per school anders ingeroosterd: op de ene school geef je ze zelf, op de andere neemt een vakleerkracht muziek of bewegingsonderwijs over.

Wat je aanbiedt, ligt vast in de kerndoelen. Die zijn voor het eerst in bijna twintig jaar herzien: de nieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde zijn op 17 april 2025 gepubliceerd, met invoering vanaf schooljaar 2026-2027 (SLO). Voor wie nu instroomt betekent dat scholen hun leerlijnen en methodes opnieuw tegen het licht houden.

Die breedte is de kern van het beroep en onderscheidt het van lesgeven in het voortgezet onderwijs, waar elke docent één vak heeft. Meer achtergrond over de sector staat op de kennisbankpagina over werken in het basisonderwijs.

Met wie werk je samen voor de klas?

Je staat er zelden alleen voor. Een groepsleerkracht werkt samen met vakleerkrachten voor vakken als bewegingsonderwijs en muziek, met onderwijsassistenten voor ondersteuning in de groep, en met de intern begeleider voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Het onderscheid met een vakleerkracht zit in de breedte: jij geeft alle vakken aan één vaste klas, een vakleerkracht geeft één vak aan meerdere klassen.

Dat onderscheid heeft gevolgen voor hoe je werkdag eruitziet. Als groepsleerkracht ken je na een maand de thuissituatie, de leesvoorkeur en de gevoeligheden van vijfentwintig kinderen. Als vakleerkracht zie je in diezelfde maand een paar honderd leerlingen, elk een of twee keer per week. De eerste rol vraagt om pedagogisch uithoudingsvermogen, de tweede om vakinhoudelijke diepgang en snel schakelen.

Groepsleerkracht

Rol: verantwoordelijk voor alle vakken van één klas.

Vakken: rekenen, taal, lezen, zaakvakken en creatieve vakken.

Leerlingcontact: vaste relatie met één groep, het hele schooljaar.

Opleiding: pabo op hbo-niveau of zij-instroom primair onderwijs.

CAO-schaal po: LB, LC of LD, afhankelijk van het takenpakket.

Werkomgeving: basisonderwijs en speciaal basisonderwijs.

Vakleerkracht

Rol: gespecialiseerd in één vak voor meerdere klassen.

Vakken: één vak, zoals bewegingsonderwijs, muziek of Engels.

Leerlingcontact: wisselt per les van groep.

Opleiding: pabo met vakspecialisatie of een tweedegraads bevoegdheid.

CAO-schaal po: dezelfde schalen, geen apart salaris voor vakleerkrachten.

Werkomgeving: basisonderwijs, of het voortgezet onderwijs als vakdocent.

In de praktijk werken beide rollen nauw samen. Neemt een vakleerkracht het bewegingsonderwijs over, dan heb jij in die uren geen groepsverantwoordelijkheid en ontstaat ruimte voor voorbereiding of overleg. Scholen zetten die uren steeds vaker bewust in om de werkdruk bij de groepsleerkracht te verlagen.

Maakt het uit of je voor de onderbouw of de bovenbouw kiest?

Ja, in de praktijk zijn het twee verschillende banen. In de onderbouw, groep 1 tot en met 4, ligt het accent op spelend leren en op pedagogische begeleiding van kinderen die net beginnen met letters en cijfers. In de bovenbouw, groep 5 tot en met 8, gaat het meer om vakinhoudelijke diepgang, toetsing en de voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

In groep 1 en 2 werk je met kleuters van 4 en 5 jaar. Leren gebeurt via spel, via hoeken in het lokaal en via kringgesprekken. Je observeert veel: wie pakt de pen al goed vast, wie durft nog niet mee te doen in de kring. In groep 3 volgt de grote stap: leren lezen, schrijven en rekenen in een vaste structuur.

In de bovenbouw verschuift het zwaartepunt naar de inhoud. De stof wordt abstracter, leerlingen werken langer zelfstandig en verschillen worden zichtbaarder in cijfers. Je volgt ze via het leerlingvolgsysteem en vertaalt ze naar instructie op meerdere niveaus binnen één les.

Groep 8 heeft een eigen zwaarte. Daar geef je samen met je collega's het schooladvies voor het voortgezet onderwijs, nemen leerlingen in februari de doorstroomtoets en volgt eventueel een heroverweging van het advies. Dat betekent gesprekken met ouders die niet altijd gemakkelijk zijn, en het betekent dat je beslissingen neemt die voor een kind jaren doorwerken.

Wie houdt van de vroegste ontwikkelingsstappen en van spelend leren, kiest voor de onderbouw. Wie houdt van inhoudelijke verdieping en van leerlingen klaarstomen voor een nieuwe fase, kiest voor de bovenbouw. Veel leerkrachten wisselen tijdens hun loopbaan een paar keer van bouw.

Hoe word je groepsleerkracht?

Via de pabo of via zij-instroom. De pabo is een hbo-bacheloropleiding van maximaal vier jaar, toegankelijk met een diploma havo, vwo of mbo-4. Wie al een hbo- of wo-diploma heeft, kan het zij-instroomtraject primair onderwijs volgen: in maximaal twee jaar betaald voor de klas staan terwijl je je onderwijsbevoegdheid haalt (Onderwijsloket, 2025).

Route 1 is de pabo, voltijd of deeltijd. Je loopt vanaf het eerste jaar stage, dus je staat snel voor een groep. Aan de poort gelden toelatingstoetsen voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek. Ben je 21 jaar of ouder zonder passend vooropleidingsdiploma, dan kun je via een toelatingsonderzoek instromen. Wat de opleiding inhoudt, staat in het artikel over de pabo-opleiding.

Route 2 is zij-instroom in het beroep. Je start met een geschiktheidsonderzoek, krijgt een aanstelling bij een school en werkt binnen twee jaar naar je bevoegdheid toe, vanaf dag één betaald voor de klas in schaal LB van de CAO PO 2025-2027. De voorwaarden staan in het overzicht van zij-instroom primair onderwijs in twee jaar en in de zes zij-instroomroutes op een rij.

Er zijn tussenvormen. Een academische pabo combineert de lerarenopleiding met een universitaire studie, en houders van een universitaire bachelor kunnen via een educatieve master instromen. Welke route past, hangt af van je vooropleiding en van de vraag of je liever eerst leert of meteen werkt.

Tip: loop een hele dag mee in de groep waar je denkt te willen staan, van kwart voor acht tot het einde van het nakijkwerk. Een ochtend geeft een vertekend beeld: je ziet dan het deel van het vak dat iedereen al kent.

Wat verdient een groepsleerkracht en hoe groei je door?

Startende groepsleerkrachten beginnen in schaal LB van de CAO PO 2025-2027. Met extra taken of een specialisatie is doorgroei naar LC mogelijk, en functies als intern begeleider vallen doorgaans in LD. De bedragen per schaal en trede wijzigen met elke cao, dus kijk ze na in de salariswijzer. Doorgroeien kan ook buiten de groep, richting coördinatie of schoolleiding.

De salarisstructuur in het primair onderwijs werkt met drie leraarsschalen. In LB zit het grootste deel van de groepsleerkrachten. Neem je taken op je als rekencoördinator, taalspecialist of bouwcoördinator, dan kan de school je in LC plaatsen. LD is meestal voorbehouden aan specialistische functies. De bedragen per trede, geldend vanaf 1 november 2025, staan in de salariswijzer voor leerkrachten in het po en in het overzicht van het salaris in het basisonderwijs in 2026.

Buiten de groep liggen doorgroeipaden richting intern begeleider, teamleider of locatiedirecteur. Voor die stap vragen besturen meestal een aanvullende opleiding en een paar jaar ervaring voor de klas. Een deel kiest juist voor verbreding binnen de klas: een master Educational Needs, een specialisatie jonge kind of een rol als schoolopleider.

De arbeidsmarkt werkt in je voordeel. Het gemeten lerarentekort in het primair onderwijs bedroeg op peildatum 1 oktober 2024 circa 7.700 fte, ongeveer 8,1% van de werkgelegenheid voor leraren (CentERdata, personeelstekortenmeting po 2024). Het tekort daalt langzaam volgens de ramingen, maar blijft de komende jaren aanzienlijk.

Dat zie je terug in het aanbod. In 2025 stonden er op MeesterBaan 32.433 onderwijsvacatures online, geplaatst door 4.134 verschillende scholen en onderwijsorganisaties. Studenten en zij-instromers vinden gericht aanbod bij de vacatures voor toekomstig groepsleerkracht.

Veelgestelde vragen over de groepsleerkracht

Wat doet een groepsleerkracht precies?

Een groepsleerkracht geeft les aan een vaste klas kinderen van 4 tot 12 jaar in het basisonderwijs en is verantwoordelijk voor alle vakken: rekenen, taal, lezen, schrijven, zaakvakken en creatieve vakken. Naast het lesgeven begeleidt de groepsleerkracht de sociaal-emotionele ontwikkeling en houdt contact met ouders.

Wat is het verschil tussen een groepsleerkracht en een vakleerkracht?

Een groepsleerkracht geeft alle vakken aan één vaste klas en begeleidt dezelfde leerlingen het hele schooljaar. Een vakleerkracht is gespecialiseerd in één vak, zoals bewegingsonderwijs of muziek, en geeft dat aan meerdere klassen. Voor bewegingsonderwijs werkt inmiddels het merendeel van de basisscholen met een vakleerkracht, voor de overige vakken is de groepsleerkracht de norm.

Welke opleiding heb ik nodig om groepsleerkracht te worden?

Je hebt een pabo-diploma op hbo-niveau nodig om bevoegd groepsleerkracht te worden. De pabo duurt maximaal vier jaar en is toegankelijk met een diploma havo, vwo of mbo-4. Wie al een hbo- of wo-diploma heeft, kan via zij-instroom primair onderwijs in maximaal twee jaar betaald voor de klas staan terwijl de bevoegdheid wordt gehaald.

Wat verdient een groepsleerkracht?

Een startende groepsleerkracht begint in schaal LB van de CAO PO 2025-2027. Met extra taken of een specialisatie groei je door naar LC, en specialistische functies vallen in LD. Bekijk de bedragen per schaal en trede, geldend vanaf 1 november 2025, in de salariswijzer voor leraren in het primair onderwijs.

Voor welke groepen staat een groepsleerkracht?

Voor groep 1 tot en met groep 8, met leerlingen van 4 tot 12 jaar. De onderbouw, groep 1 tot en met 4, draait vooral om spelend leren en pedagogische begeleiding. De bovenbouw, groep 5 tot en met 8, vraagt meer vakinhoudelijke diepgang en toetsing, met in groep 8 het schooladvies voor het voortgezet onderwijs.

Groepsleerkracht is een breed beroep met een vaste kern: één groep, alle vakken, een heel schooljaar. Hoeveel uur daar in de praktijk in gaat zitten, staat in het artikel over de werkweek van een groepsleerkracht. Voor de financiële kant helpt de salariswijzer voor het primair onderwijs. Twijfel je over de route, dan zet het overzicht van de zes zij-instroomroutes de mogelijkheden op een rij. Ervaring opdoen kan ook via werken als invalkracht in het basisonderwijs.

Redactie MeesterBaan

Geschreven door Redactie MeesterBaan

Jouw gids in het onderwijslandschap. Sinds 1999 verbindt MeesterBaan kandidaten met scholen, met een redactie die zelf onderwijservaring heeft.

Meer blogs