Verschil groepsleerkracht en vakleerkracht: rol en eisen

11 september 2026

Wat is het verschil tussen een groepsleerkracht en een vakleerkracht?
Een groepsleerkracht geeft alle vakken aan één vaste klas en begeleidt dezelfde leerlingen het hele schooljaar. Een vakleerkracht is gespecialiseerd in één vak, zoals bewegingsonderwijs, muziek of Engels, en geeft dat vak aan meerdere klassen op dezelfde school. Het verschil zit in de breedte van het takenpakket en in de bevoegdheid, niet in de beloning: in het primair onderwijs gelden voor beide functies dezelfde leraarschalen van de CAO PO 2025-2027.

Dinsdagochtend, kwart over tien, in de gymzaal van een basisschool. Groep 5 klimt in de touwen onder leiding van een leerkracht die deze kinderen drie kwartier per week ziet en ze daarna een jaar lang nauwelijks spreekt. Om elf uur lopen ze terug naar hun eigen lokaal, waar de juf klaarstaat met de rekenles die ze gisteravond heeft voorbereid. Twee leerkrachten, dezelfde kinderen, twee banen die weinig op elkaar lijken. Wie zich oriënteert op het onderwijs, komt vroeg of laat voor die keuze te staan.

Wat is het verschil tussen een groepsleerkracht en een vakleerkracht?

Een groepsleerkracht draagt de verantwoordelijkheid voor één groep en voor alle vakken die die groep krijgt: rekenen, taal, lezen, schrijven, de zaakvakken en de creatieve vakken. Een vakleerkracht draagt de verantwoordelijkheid voor één vak en geeft dat aan een reeks groepen achter elkaar. De eerste kent twintig kinderen heel goed, de tweede kent tweehonderd kinderen oppervlakkig.

Onderstaande vergelijking zet de zes punten op een rij waarop de twee functies uiteenlopen. Groepsleerkracht versus vakleerkracht, bijgewerkt september 2026.

KenmerkGroepsleerkrachtVakleerkracht
RolVerantwoordelijk voor alle vakken van één vaste klasGespecialiseerd in één vak voor meerdere klassen
VakkenRekenen, taal, lezen, schrijven, zaakvakken en creatieve vakkenEén vak: bewegingsonderwijs, muziek, Engels of een ander specialisme
LeerlingcontactVaste band met één groep kinderen het hele schooljaarWisselt per les van groep, kortere en lossere band
Opleiding en bevoegdheidPabo op hbo-niveau (voltijd vier jaar) of zij-instroom poVoor gym een ALO-diploma of de pabo plus de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs; voor muziek en handvaardigheid de pabo met vakspecialisatie
Salarisschaal CAO POL10, L11 of L12 op basis van het takenpakketDezelfde schalen, er bestaat geen aparte vakleerkrachtschaal
WerkomgevingBasisonderwijs en speciaal basisonderwijsBasisonderwijs, of het voortgezet onderwijs met een tweedegraads of eerstegraads bevoegdheid

Twee dingen vallen op in die vergelijking. De salarisschaal maakt geen onderscheid: wie in schaal L10 (LB) zit, verdient per 1 november 2025 tussen € 3.622 en € 5.520 bruto per maand bij een voltijdaanstelling, of je nu voor een vaste groep staat of alleen gymlessen geeft (PO-Raad, salaristabellen CAO PO 2025-2027). En de bevoegdheidseis loopt juist wél sterk uiteen, vooral bij bewegingsonderwijs.

Waarom is de groepsleerkracht in het basisonderwijs de standaard?

Het Nederlandse basisonderwijs is gebouwd rond het idee dat één leerkracht een groep een jaar lang volgt. Die leerkracht ziet hoe een kind zich over alle vakken heen ontwikkelt, voert de oudergesprekken en houdt het leerlingvolgsysteem bij. Vakleerkrachten vullen dat model aan voor specifieke vakken, ze vervangen het niet.

Dat aanvullende karakter is de laatste jaren wel sterk gegroeid. Uit de peiling Bewegen en sport van de Inspectie van het Onderwijs, met een meting in schooljaar 2023-2024 en gepubliceerd in mei 2026, blijkt dat 90% van de basisscholen een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs heeft. Bij de vorige peiling was dat 57%. Leerlingen krijgen gemiddeld 90 minuten bewegingsonderwijs per week, meestal van die vakleerkracht.

De aanjager daarvan is een wettelijke norm. Scholen in het primair onderwijs moeten sinds schooljaar 2023-2024 ten minste twee lesuren per week bewegingsonderwijs verzorgen (PO-Raad). Veel besturen kiezen ervoor die uren door een specialist te laten geven, wat meteen ruimte oplevert in de weektaak van de groepsleerkracht.

Bij de kunstvakken ligt het beeld anders. In 2019 had 22% van de basisscholen een vakleerkracht voor de kunstvakken in dienst, waarbij muziek veruit het vaakst voorkwam (Monitor Cultuureducatie Primair Onderwijs, LKCA). Voor muziek, handvaardigheid, drama en Engels blijft de groepsleerkracht op de meeste scholen degene die het vak geeft. Wat het werk van een groepsleerkracht dagelijks inhoudt, staat uitgewerkt in de functiebeschrijving van leerkracht.

In het voortgezet onderwijs is de verhouding precies omgekeerd. Daar bestaat de functie groepsleerkracht niet en is de vakdocent de norm. Een pabo-diploma geeft geen bevoegdheid in het voortgezet onderwijs: daarvoor heb je een tweedegraads of eerstegraads lerarenopleiding in je vak nodig.

Welke opleiding heb je nodig voor welke rol?

Voor groepsleerkracht is de route helder: een pabo-diploma op hbo-niveau, via de voltijdopleiding van vier jaar, de deeltijdvariant, de verkorte pabo voor wie al een hbo- of wo-diploma heeft, of de zij-instroom po. Voor vakleerkracht hangt de route af van het vak dat je wilt geven.

Kom je van de pabo af, dan mag je alle vakken aan alle groepen geven, met één uitzondering: bewegingsonderwijs vanaf groep 3. Wie wil doorgroeien naar een vakleerkrachtrol in de kunstvakken, kiest meestal voor een vakspecialisatie binnen of na de pabo, bijvoorbeeld muziek of beeldende vorming. Formeel is daar geen apart getuigschrift voor vereist; scholen vragen er wel om, omdat het vak anders niet inhoudelijk gedragen wordt.

Voor gym gelden wettelijke eisen, die hieronder apart aan bod komen. Wie zich breed wil oriënteren op de route naar de klas, vindt in het overzicht van de pabo-opleiding de opbouw en de toelatingseisen, en in het overzicht van de zes zij-instroomroutes de mogelijkheden vanuit een andere sector.

Voor zij-instromers met een vakinhoudelijke achtergrond is de volgorde belangrijk. Een achtergrond in sport, muziek of theater is geen bevoegdheid. Je hebt eerst een onderwijsbevoegdheid nodig, daarna pas telt je vakkennis mee bij de invulling van je takenpakket. Een uitzondering is het ALO-diploma, dat op zichzelf al een onderwijsbevoegdheid is.

Tip: vraag bij een sollicitatie naar de precieze omvang van het vakleerkrachtdeel. Veel scholen bieden een combinatie aan, bijvoorbeeld drie dagen voor een vaste groep en twee dagen gym of muziek. Zo'n gemengde aanstelling geeft je de breedte van het groepswerk en de verdieping van een specialisatie in één baan.

Welke bevoegdheid heb je nodig om gymles te geven?

Een pabo-diploma dat is behaald na 31 augustus 2000 geeft een smalle bevoegdheid voor bewegingsonderwijs: alleen groep 1 en 2. Voor groep 3 tot en met 8 heb je een ALO-diploma nodig of het getuigschrift van de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs. Dat is vastgelegd in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, in de versie die per 1 augustus 2025 geldt.

De leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs is een post-hbo-traject dat hogescholen in deeltijd aanbieden, opgebouwd uit drie blokken. Afhankelijk van de hogeschool duurt het geheel ongeveer anderhalf tot twee jaar. In 2026 rekenen aanbieders als Hogeschool Utrecht en Windesheim tussen € 1.295 en € 1.750 per blok, dus grofweg € 3.900 tot € 5.250 voor het volledige traject. Toelating vereist een pabo-diploma en vrijwel altijd instemming van je school, omdat een deel van de leergang uit praktijkuren in de gymzaal bestaat.

Er zit een praktische regeling in de wet die veel leerkrachten over het hoofd zien. Zolang je de leergang volgt, mag je het bewegingsonderwijs zelfstandig geven, maar ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren (artikel 3, tweede lid, WPO). Je kunt dus met de gymlessen beginnen terwijl je de opleiding nog afrondt, mits je die termijn haalt.

Het ALO-diploma, te halen aan een van de Academies voor Lichamelijke Opvoeding, ligt breder. Daarmee ben je bevoegd voor bewegingsonderwijs in elke onderwijsvorm in Nederland, van groep 1 van de basisschool tot het vwo. Voor wie zeker weet dat sport zijn vakgebied is, is dat de meest complete route.

Verdient een vakleerkracht meer dan een groepsleerkracht?

Nee. In het primair onderwijs gelden voor beide functies dezelfde leraarschalen uit de CAO PO 2025-2027. Er bestaat geen aparte of hogere vakleerkrachtschaal. Je salaris hangt af van de schaal waarin je bent ingedeeld, van je aantal ervaringsjaren en van de omvang van je aanstelling, niet van de vraag of je voor één groep of voor het hele schoolgebouw werkt.

De bedragen per 1 november 2025 zien er als volgt uit bij een voltijdaanstelling: schaal L10 (LB) loopt van € 3.622 tot € 5.520 bruto per maand, schaal L11 (LC) van € 3.644 tot € 6.432 en schaal L12 (LD) van € 3.659 tot € 7.313 (PO-Raad, salaristabellen CAO PO 2025-2027). De cao regelde een loonsverhoging van 4,6% per 1 november 2025 en van 1,2% per 1 november 2026, en loopt tot en met 28 februari 2027.

Waar wel verschil kan ontstaan, is in de doorgroei. Schaal L11 en L12 worden in het basisonderwijs meestal gekoppeld aan taken die verder reiken dan de eigen groep, zoals specialist gedrag, taalcoördinator of intern begeleider. Die rollen liggen op veel scholen dichter bij het werk van een groepsleerkracht. Een vakleerkracht gym die alleen lesgeeft, komt in de praktijk minder snel in aanraking met dat soort taken, tenzij de school er bewust beleid op maakt. De precieze opbouw van de schalen staat in het overzicht van wat een leerkracht in het po verdient en in het artikel over het salaris in het basisonderwijs in 2026.

Hoe verschilt het werk in de praktijk?

Het grootste praktische verschil zit in het ritme van je week. Een groepsleerkracht werkt binnen een jaartaak van 1659 uur per schooljaar, waarvan standaard maximaal 940 uur bestemd is voor lesgevende taken, ongeveer 25 lesuren per week (CAO PO 2025-2027). Een vakleerkracht valt onder diezelfde jaartaak, maar vult de uren heel anders in.

Voor een groepsleerkracht gaat veel niet-lesgebonden tijd op aan voorbereiding, nakijkwerk, administratie en oudergesprekken voor één groep. Uit het tijdsbestedingsonderzoek van de Algemene Onderwijsbond kwam een gemiddelde werkweek van 46,9 uur voor een voltijds leerkracht po, met 18,0 uur lesgeven en 7,0 uur voorbereiden en nakijken (meting 2015-2016, nog altijd het meest recente grootschalige urenonderzoek). Hoe die uren over een week verdeeld raken, staat uitgewerkt in het artikel over de werkweek van een groepsleerkracht.

Een vakleerkracht bereidt minder lessen voor, omdat dezelfde les vaak aan vier of vijf groepen wordt gegeven. Daar staat tegenover dat je op één ochtend met honderdvijftig kinderen werkt, dat je per les een nieuwe groepsdynamiek binnenstapt en dat je materiaal telkens klaar moet staan. Rapportage en oudercontact liggen lager, teamoverleg blijft.

Een verschil dat in vacatureteksten zelden expliciet staat: veel vakleerkrachten werken voor meerdere scholen binnen hetzelfde bestuur. Een aanstelling van 0,8 fte kan betekenen dat je op drie locaties gymles geeft, met reistijd ertussen. Leerkrachten in het primair onderwijs werken gemiddeld ruim 0,72 fte (PO-Raad sectorrapportage, meting 2022-2023), dus deeltijd is in beide rollen eerder regel dan uitzondering.

Vraag bij een vakleerkrachtvacature altijd na op hoeveel locaties je wordt ingezet en of de reistijd binnen je jaartaak valt. Dat maakt voor je feitelijke werkweek meer uit dan het aantal lesuren op papier.

Groepsleerkracht of vakleerkracht: wat past bij jou?

Kies voor groepsleerkracht als je van brede verantwoordelijkheid houdt, een vaste band wilt opbouwen met één groep kinderen en alle vakken wilt geven. Kies voor vakleerkracht als je sterk bent in één vakgebied, sport of muziek bijvoorbeeld, en afwisseling zoekt door met veel verschillende groepen te werken.

Weeg daarbij drie praktische punten mee. Het eerste is arbeidsmarkt: het aanbod aan groepsleerkrachtvacatures is vele malen groter. In 2025 stonden er op MeesterBaan 32.433 onderwijsvacatures online, geplaatst door 4.134 verschillende scholen en onderwijsorganisaties, en het merendeel daarvan betreft functies voor de groep (MeesterBaan, feiten en cijfers). Vakleerkrachtvacatures zijn schaarser en verdwijnen sneller.

Het tweede punt is omkeerbaarheid. Vanaf de pabo kun je later alsnog specialiseren, bijvoorbeeld via de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs. Andersom werkt het minder soepel: met alleen een ALO-diploma ben je bevoegd voor gym, maar niet voor rekenen en taal, dus de stap naar een eigen groep vraagt dan opnieuw een pabo-traject. Wie twijfelt, houdt met de pabo de meeste deuren open.

Het derde punt is wat je dagelijks wilt zien. Een groepsleerkracht ziet in juni terug hoeveel een kind sinds september geleerd heeft, over alle vakken heen. Een vakleerkracht ziet hoe een kind zich in één vak ontwikkelt, maar dan bij tweehonderd kinderen tegelijk. Beide zijn bevredigend, ze zijn alleen niet hetzelfde. Twijfel je nog, bekijk dan het actuele aanbod en lees de functieomschrijvingen van beide rollen naast elkaar.

Zoek je juist breder binnen de sector, bijvoorbeeld naar vakleerkrachtfuncties, onderwijsassistentschappen of invalwerk, dan staan alle openstaande functies bij elkaar op het overzicht met vacatures in het basisonderwijs.

Veelgestelde vragen over groepsleerkracht en vakleerkracht

Wat is het verschil tussen een groepsleerkracht en een vakleerkracht?

Een groepsleerkracht geeft alle vakken aan één vaste klas en begeleidt dezelfde leerlingen het hele schooljaar. Een vakleerkracht is gespecialiseerd in één vak, zoals gym of muziek, en geeft dat vak aan meerdere klassen. In het basisonderwijs is de groepsleerkracht de standaard en vult de vakleerkracht het onderwijs aan voor specifieke vakken.

Verdient een vakleerkracht meer dan een groepsleerkracht?

Nee. In het primair onderwijs gelden voor beiden dezelfde leraarschalen L10, L11 en L12 van de CAO PO 2025-2027. Er bestaat geen aparte vakleerkrachtschaal. Schaal L10 loopt per 1 november 2025 van € 3.622 tot € 5.520 bruto per maand bij een voltijdaanstelling. Het salaris hangt af van takenpakket en ervaring.

Mag ik met een pabo-diploma gymles geven?

Met een pabo-diploma behaald na 31 augustus 2000 mag je bewegingsonderwijs geven aan groep 1 en 2. Voor groep 3 tot en met 8 heb je een ALO-diploma nodig of het getuigschrift van de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs (artikel 3 Wet op het primair onderwijs). Tijdens die leergang mag je de lessen ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren zelfstandig geven.

Hoeveel basisscholen hebben een vakleerkracht bewegingsonderwijs?

Uit de peiling Bewegen en sport van de Inspectie van het Onderwijs, gemeten in schooljaar 2023-2024 en gepubliceerd in mei 2026, blijkt dat 90% van de basisscholen een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs heeft. Bij de vorige peiling was dat 57%. Leerlingen krijgen gemiddeld 90 minuten bewegingsonderwijs per week.

Kan ik als groepsleerkracht later vakleerkracht worden?

Ja. Met een pabo-diploma kun je je na verloop van tijd specialiseren, voor gym via de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs en voor muziek of beeldende vorming via een vakspecialisatie. De leergang bestaat uit drie blokken en duurt bij de meeste hogescholen anderhalf tot twee jaar. Andersom vraagt de overstap naar een eigen groep alsnog een pabo-traject.

Het verschil tussen de twee rollen komt neer op breedte tegenover diepte, met dezelfde cao eronder. Wil je verder rekenen aan wat een baan je oplevert, dan helpt de uitleg over FTE berekenen in het onderwijs bij het omrekenen van uren naar een deeltijdfactor en een maandbedrag. Wie het onderwijs eerst van dichtbij wil meemaken voordat hij kiest, leest hoe invalwerk in het basisonderwijs in zijn werk gaat.

Redactie MeesterBaan

Geschreven door Redactie MeesterBaan

Jouw gids in het onderwijslandschap. Sinds 1999 verbindt MeesterBaan kandidaten met scholen, met een redactie die zelf onderwijservaring heeft.

Meer blogs