Wat doet een schooldirecteur in het primair onderwijs?

8 oktober 2026

Wat doet een schooldirecteur in het primair onderwijs?
Een schooldirecteur in het primair onderwijs is de integraal leidinggevende van een basisschool en eindverantwoordelijk voor vier domeinen: de onderwijskwaliteit, het personeel, de bedrijfsvoering en de vertegenwoordiging naar buiten. Het bevoegd gezag stelt voor elke school een directeur aan (art. 29 lid 1 Wet op het primair onderwijs). De directeur werkt in opdracht van het schoolbestuur en is het dagelijks gezicht van de school voor leerlingen, ouders en de wijk.

Half acht op een maandag in november. De invalpool is leeg, de leerkracht van groep 6 heeft zich ziek gemeld en om negen uur staat een gesprek met de leerplichtambtenaar. Je schuift het begrotingsoverleg een week op, verdeelt groep 6 over drie klassen en loopt om kwart over acht de hal in, omdat daar al twee ouders wachten. Zo begint een doordeweekse dag voor veel directeuren in het basisonderwijs.

Wat houdt de functie van schooldirecteur precies in?

De directeur voert integraal management: onderwijskundig leiderschap, personeelsbeleid, bedrijfsvoering en externe vertegenwoordiging komen samen in één functie. De Functiereeks directeur primair onderwijs van de PO-Raad, geldig vanaf 1 augustus 2024, beschrijft drie niveaus: D12 met een overwegend operationele en tactische rol, D13 tactisch en D14 strategisch. Hoeveel van dat pakket bij u als bestuur blijft, legt u vast in het managementstatuut.

Onderwijskundig leiderschap

Het schoolplan opstellen, leerresultaten volgen, de intern begeleider aansturen en het gesprek met de Onderwijsinspectie voeren over kwaliteitszorg.

Personeelsbeleid en formatie

Werven en selecteren, de gesprekkencyclus voeren, het formatieplan en het werkverdelingsplan maken en verzuim begeleiden.

Bedrijfsvoering

De schoolbegroting opstellen en bewaken, huisvesting regelen en zorgen dat de school voldoet aan de WPO, de Arbowet en de AVG.

Externe vertegenwoordiging

Ouderbeleid, overleg met de medezeggenschapsraad, contact met het bestuur, de gemeente, de kinderopvang en het samenwerkingsverband.

Die vier domeinen zijn geen gescheiden hokjes. Een onvervulde vacature raakt meteen de onderwijskwaliteit, de formatie en het gesprek met ouders. Precies daar zit het verschil met een leidinggevende rol in een grotere organisatie: in het basisonderwijs komt vrijwel elke beslissing bij dezelfde persoon terecht. Nederland telde in 2025 nog 6.506 instellingen in het primair onderwijs, tegen 6.534 een jaar eerder (OCW in cijfers). Kleiner wordende scholen betekenen voor de directeur niet minder taken, maar dezelfde taken met minder mensen om ze mee te delen. Wie het beroep van leerkracht in het basisonderwijs kent, herkent maar een deel van dit werk. De verhouding tussen die vier domeinen verschuift per periode: in het voorjaar domineren formatie en begroting, in het najaar de kwaliteitsgesprekken en de oudercontacten.

Waarvoor is de schooldirecteur onderwijskundig verantwoordelijk?

De directeur is eindverantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit. Dat loopt via het schoolplan, dat volgens artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs ten minste eens per vier jaar wordt vastgesteld en waarvoor de medezeggenschapsraad instemming moet geven. In dat plan staan het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. De directeur vertaalt het naar jaarplannen en bewaakt of de afspraken in de klassen landen.

Kwaliteitszorg is in de praktijk een cyclus van meten, bespreken en bijstellen. Toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem, groepsbesprekingen, klassenbezoeken en zelfevaluaties komen samen in de analyse die de directeur met het team maakt. Blijft het rekenniveau in de middenbouw achter, dan bepaalt de directeur of dat aan de methode ligt, aan de instructietijd of aan de vaardigheid van het team, en zet daar een verbeteraanpak op.

Bij een inspectiebezoek is de directeur de eerste gesprekspartner over kwaliteitszorg en verbeterplannen. De Inspectie van het Onderwijs werkt met het Onderzoekskader 2021, waarin het bestuur formeel wordt aangesproken maar de gesprekken over het onderwijs op locatie plaatsvinden. De directeur laat daar zien dat de school weet waar ze staat en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

Een groot deel van het dagelijkse kwaliteitswerk gaat via de intern begeleider. De IB'er coördineert de ondersteuning en het passend onderwijs, de directeur stelt de kaders en beslist over de inzet van middelen. Loopt die samenwerking stroef, dan merk je dat binnen één schooljaar aan de zorgstructuur. Een van de eerste vragen die je bij een nieuwe school stelt, is dan ook hoe de zorgstructuur is belegd en hoeveel uren de intern begeleider daarvoor krijgt.

Hoe stuurt een schooldirecteur het team en de formatie aan?

De directeur is in het primair onderwijs de eerste lijn bij personeelszaken. Werving, selectie, functioneringsgesprekken, verzuimbegeleiding en verlofaanvragen lopen via de schoolleiding. Een HR-afdeling als achtervang is er lang niet altijd, zeker niet bij kleine besturen. Dat maakt personeelsbeleid voor veel startende directeuren het onderdeel waar de meeste tijd in gaat zitten.

De formatie is het scharnierpunt. Elk voorjaar verdeelt de directeur het beschikbare aantal fte over groepen, ondersteuning en specialisten, binnen de kaders van het bestuur. Daar hoort het werkverdelingsplan bij, waarin het team afspreekt hoe de jaartaak van 1659 uur uit de CAO PO 2025-2027 wordt ingevuld. Wil je de rekenkant daarvan natrekken, dan staat die uitgelegd in FTE berekenen in het onderwijs.

De arbeidsmarkt maakt dat werk zwaarder. Het landelijke tekort aan leraren in het primair onderwijs bedroeg op 1 oktober 2024 8,1% van de werkgelegenheid, ongeveer 7.730 fte (Arbeidsmarktplatform PO, op basis van onderzoek van Centerdata). Elke onvervulde plek komt op het bord van de directeur: groepen verdelen, ouders informeren, een invaller inwerken of zelf voor de klas.

Het directieteam zelf is relatief stabiel. Onder directieleden ligt het aandeel vaste contracten op 91%, het hoogste van alle functiegroepen in de sector (PO-Raad sectorrapportage personeel). Dat geeft ruimte om aan meerjarige teamontwikkeling te werken in plaats van alleen gaten te dichten.

Tip: vraag in een sollicitatiegesprek naar het managementstatuut en naar de invalpool van het bestuur. Die twee documenten voorspellen samen hoeveel beleidsruimte je krijgt en hoeveel van je week opgaat aan het oplossen van vervangingen.

Wie beheert het budget en de bedrijfsvoering van een basisschool?

De bekostiging gaat naar het schoolbestuur, niet naar de school. Sinds 1 januari 2023 werkt het primair onderwijs met de vereenvoudigde bekostiging: één basisbedrag per leerling en per school, vastgesteld per kalenderjaar in plaats van per schooljaar, waarbij het aantal rekenregels terugliep van ongeveer 130 naar circa 30 (Rijksoverheid). Het bestuur vertaalt dat naar een schoolbudget, en vanaf dat punt is de directeur aan zet.

In de praktijk stelt de directeur een meerjarige schoolbegroting op en bewaakt die gedurende het jaar. Personeel is veruit de grootste post, waardoor formatiekeuzes en begroting niet los van elkaar staan. Een extra onderwijsassistent, een vakleerkracht bewegingsonderwijs of een specialist hoogbegaafdheid: elke keuze verschuift geld dat elders niet meer beschikbaar is. Voor wie vanuit de klas doorgroeit, is dit doorgaans het minst bekende onderdeel van de functie.

Het gebouw hoort er ook bij. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding, het schoolbestuur voor onderhoud en exploitatie. De directeur signaleert, onderbouwt en onderhandelt: een lekkend dak, een te warm lokaal of een tekort aan ruimte door groei van de wijk komt eerst bij hem terecht.

Het derde deel van de bedrijfsvoering is naleving. De school moet voldoen aan de Wet op het primair onderwijs, aan de Arbowet met een actuele risico-inventarisatie en aan de AVG voor de verwerking van leerlinggegevens. Dat laatste is zwaarder geworden door digitale leermiddelen en leerlingvolgsystemen, die allemaal een verwerkersovereenkomst en een bewaartermijn vragen. Vraag bij een sollicitatie na of het bestuur hierin ondersteunt of het volledig bij de school laat. Een bredere oriëntatie op de sector staat in het overzicht van het basisonderwijs als werkveld.

Hoe verloopt het contact met ouders, bestuur en medezeggenschapsraad?

De directeur vertegenwoordigt het bevoegd gezag op schoolniveau en is daarmee de vaste gesprekspartner van de medezeggenschapsraad. De MR ontleent zijn rechten aan de Wet medezeggenschap op scholen: instemmingsrecht op onder meer het schoolplan (art. 10 WMS), adviesrecht op andere besluiten en een informatierecht. Bovenschoolse onderwerpen lopen via de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, waar het bestuur zelf aan tafel zit.

Dat onderscheid is in de praktijk belangrijker dan het klinkt. Een directeur die een formatieplan of een nieuw schoolplan wil vaststellen, heeft de MR nodig. Wie de raad pas opzoekt als het besluit al rond is, verliest tijd en vertrouwen. Directeuren die goed met hun MR werken, zetten onderwerpen ruim voor de besluitvorming op de agenda en delen ook de onderbouwing.

Richting ouders is de directeur het eerste aanspreekpunt bij incidenten en klachten, en de afzender van de communicatie over leerresultaten en schoolbeleid. Bij een ernstig incident, van een ongeval op het schoolplein tot een zorgmelding, ligt de regie bij de schoolleiding. Ook de aansluiting op de klachtenregeling van het bestuur en het contact met de vertrouwenspersoon lopen via de directeur. Dat is het deel van de functie dat zich het slechtst laat plannen en waar je reputatie als schoolleider het snelst wordt gemaakt.

In stedelijke gebieden komt daar een wijkrol bij. Samenwerking met kinderopvang, welzijnswerk en jeugdzorg is standaard geworden, zeker binnen een integraal kindcentrum. De directeur zit dan aan tafel met partners die een eigen opdracht en eigen financiering hebben. Voor besturen is dat een reden om bij werving expliciet naar netwerkervaring te vragen, zoals terugkomt in de gezamenlijke werving van schoolleiders door MeesterBaan en de AVS.

Wat is het verschil tussen een éénpitter en een meerschoolse directeur?

Het grootste onderscheid binnen de functie zit in de vraag of je leiding geeft aan één school of aan meerdere. Bij een éénpitter, een bestuur met één school, doet de directeur vrijwel alles zelf en is er geen bestuurskantoor als achtervang. Een meerschoolse directeur of clusterdirecteur verdeelt zijn tijd over locaties en leunt op ondersteunende diensten. Bijna een derde van de schoolorganisaties in het po was een éénpitter (PO-Raad sectorrapportage, peildatum 1 oktober 2022).

AspectDirecteur bij een éénpitterMeerschoolse directeur
Gangbare salarisschaalD12D13 of D14
BeleidsverantwoordelijkheidVolledig, inclusief bestuurlijke takenGedeeld met bestuur en staf
PersoneelsaansturingEén team, alle gesprekken zelfMeerdere teams, vaak via locatieleiders
BudgetEén begroting, zelf opgesteld en bewaaktMeerdere schoolbegrotingen binnen een bestuurskader
Dagelijkse aanwezigheidElke dag op dezelfde locatieVerdeeld over locaties, vaste dagdelen per school
Administratieve lastHoog, weinig ondersteuningLager per school, hoger in totaal

De tabel geeft de hoofdlijn, geen wet. Besturen verschillen sterk in wat ze delegeren: er zijn éénpitters met stevige stafondersteuning en meerschoolse directeuren die alsnog elke sollicitatieprocedure zelf draaien. Schoolorganisaties in het primair onderwijs telden gemiddeld 7,8 vestigingen (PO-Raad sectorrapportage, peildatum 1 oktober 2022), met een grote spreiding daaromheen. Vraag in een gesprek dus door op het aantal locaties, het aantal fte dat je aanstuurt en de vraag wie de begroting ondertekent.

Voor de dagelijkse praktijk is de reistijd het meest onderschatte verschil. Een meerschoolse directeur die twee dorpen bedient, verliest uren aan verplaatsing en moet op elke locatie een eigen team leren kennen. Daar staat tegenover dat je zelden alleen staat: er is een bestuurskantoor voor de financiële administratie, de salarisverwerking en vaak ook voor de personeelsadministratie. Bij een éénpitter komt dat werk bij de directeur of bij een administratief medewerker van enkele uren per week terecht.

Hoe verhoudt de directeur zich tot de rest van de schoolleiding?

Schoolleider is de overkoepelende functiebenaming voor directeuren én adjunct-directeuren in het primair onderwijs. Een directeur is eindverantwoordelijk voor de school. Een adjunct-directeur ondersteunt en vervangt de directeur, voert vaak een eigen taakgebied uit en draagt die eindverantwoordelijkheid niet. In vacatureteksten en in de CAO PO heten beide functies schoolleider.

Het onderscheid zit ook in de inschaling. Directeuren vallen in de schalen D12 tot en met D15, adjunct-directeuren in A11 tot en met A13 (PO-Raad, salaristabellen cao primair onderwijs 2025-2027). Schaal D12 loopt per 1 november 2025 van € 3.659 tot € 7.313 bruto per maand bij een voltijdaanstelling. Welke schaal geldt, hangt af van de zwaarte van de functie en het functiebouwwerk van het bestuur. Een vergelijking met de leerkrachtenschalen staat in het salaris in het basisonderwijs in 2026.

Beide functies zijn registratieplichtig. Schoolleiders schrijven zich in bij Ascenda, het beroepsregister dat sinds 16 september 2025 zo heet en daarvoor Schoolleidersregister PO. De verplichting komt uit de CAO PO: zonder geldige registratie mag je de functie niet uitoefenen. Herregistratie volgt elke vijf jaar, op basis van 100 punten aan professionalisering. De jaarbijdrage bedraagt € 305 in 2026.

Het landelijke tekort aan schoolleiders in het primair onderwijs kwam op 1 oktober 2024 uit op 9,8% van de werkgelegenheid, ongeveer 850 fte, hoger dan het lerarentekort van 8,1% (Arbeidsmarktplatform PO). Voor kandidaten betekent dat een gunstige uitgangspositie, voor besturen een langere wervingstijd.

De route naar registratie loopt meestal via een geaccrediteerde schoolleidersopleiding op het niveau basisbekwaam of vakbekwaam, of via een master educational leadership. Instromen vanuit een managementfunctie buiten het onderwijs kan ook, maar zonder lesbevoegdheid mag je formeel niet voor de klas. Voor de tussenstap vanuit de klas zijn vacatures voor adjunct-directeur het gangbare beginpunt.

Veelgestelde vragen over de schooldirecteur in het primair onderwijs

Wat doet een schooldirecteur in het primair onderwijs?

Een schooldirecteur is integraal leidinggevende en eindverantwoordelijk voor vier domeinen: onderwijskundig leiderschap met kwaliteitszorg en inspectiecontact, personeelsbeleid, bedrijfsvoering met begroting en huisvesting, en externe vertegenwoordiging richting ouders, medezeggenschapsraad en bestuur. Het bevoegd gezag stelt voor elke school een directeur aan (art. 29 lid 1 WPO).

Geeft een schooldirecteur ook les?

Dat verschilt per school. Bij kleine scholen en éénpitters combineert de directeur de leidinggevende taak soms met een gedeeltelijke lestaak. Bij grotere scholen is de functie volledig leidinggevend en geeft de directeur geen les. Wie zonder lesbevoegdheid instroomt, mag formeel niet voor de klas staan.

Wat is het verschil tussen een schooldirecteur en een schoolleider?

Schoolleider is de overkoepelende term voor directeuren en adjunct-directeuren in het primair onderwijs. Een directeur is eindverantwoordelijk voor de school; een adjunct-directeur ondersteunt en vervangt, maar draagt die eindverantwoordelijkheid niet. Beiden moeten zich registreren bij beroepsregister Ascenda en vallen onder dezelfde cao.

Is registratie bij Ascenda verplicht voor een schooldirecteur?

Ja. De CAO PO bepaalt dat directieleden zich inschrijven en laten herregistreren bij het beroepsregister, dat sinds 16 september 2025 Ascenda heet. Zonder geldige registratie mag je de functie niet uitoefenen. Herregistratie gebeurt elke vijf jaar op basis van 100 punten aan professionalisering.

In welke salarisschaal valt een schooldirecteur in het basisonderwijs?

Directeuren vallen in de schalen D12 tot en met D15, adjunct-directeuren in A11 tot en met A13. Schaal D12 loopt per 1 november 2025 van € 3.659 tot € 7.313 bruto per maand bij een voltijdaanstelling (PO-Raad, salaristabellen cao primair onderwijs 2025-2027).

De directeursfunctie is breed en zelden voorspelbaar: de ene dag gaat op aan de begroting, de volgende aan een oudergesprek en een verzuimdossier. In 2025 stonden er op MeesterBaan 32.433 onderwijsvacatures online, geplaatst door 4.134 verschillende scholen en onderwijsorganisaties. Oriënteer je je nog, lees dan wat een groepsleerkracht doet of bekijk het kennisbankoverzicht over werken in het onderwijs.

Redactie MeesterBaan

Geschreven door Redactie MeesterBaan

Jouw gids in het onderwijslandschap. Sinds 1999 verbindt MeesterBaan kandidaten met scholen, met een redactie die zelf onderwijservaring heeft.

Meer blogs