Tekort aan wiskundedocenten in Nederland: hoe groot is het nu echt?
Het tekort aan wiskundedocenten in Nederland is een van de meest hardnekkige problemen in het voortgezet onderwijs. Samen met Nederlands staat wiskunde al jaren aan kop van de landelijke lijst met tekortvakken, en daar komt op korte termijn geen verandering in. Sterker: de cijfers voor april 2026 laten zien dat het landelijke lerarentekort op papier weliswaar daalt, maar voor de tekortvakken nog altijd nijpend is. Prognoses voorspellen bovendien een nieuwe stijging vanaf 2026. Wat zegt dat over de dagelijkse praktijk? En wat betekent het concreet voor iemand die overweegt om docent wiskunde te worden? In deze blog gaan we in op de huidige omvang van het tekort, de oorzaken, de regionale verschillen, en wat het betekent voor scholen en sollicitanten. Het actuele landelijke lerarentekort in het voortgezet onderwijs ligt rond de 2.220 fte, ofwel zo'n 3,4% van de totale werkgelegenheid. Dat klinkt als een bescheiden percentage, maar achter dat gemiddelde gaan forse uitschieters schuil. Voor wiskunde specifiek gaat het om ongeveer 600 fte onvervulde werkgelegenheid, gelijk met Nederlands de grootste absolute tekortpost van alle vakken in het VO. De briefings die je soms tegenkomt — "200 fte tekort" of "500 fte in 2026" — zijn verouderd. De werkelijkheid is groter, en bovendien complexer dan een enkel getal laat zien. Belangrijk detail: zo'n 66% van het totale tekort is verborgen. Dat zijn lessen die op papier gewoon gegeven worden, maar in de praktijk ingevuld worden door collega's met extra uren, onbevoegde leraren, samengevoegde klassen of het schrappen van ontwikkeltijd. Het officiële tekortgetal is dus een ondergrens, geen bovengrens. Een onvervulde formatieplaats is een abstract begrip. Concreet zie je het terug op drie manieren in een schoolweek. De eerste: bij ziekte van een wiskundecollega blijft vervanging uit en krijgen klassen werk mee, soms weken achter elkaar. De tweede: een eerstejaars brugklas krijgt twee van de drie lesuren wiskunde per week van dezelfde docent, en het derde uur van een LIO-stagiair of tijdelijke invaller. De derde: een school besluit om in een bepaald leerjaar het aantal lesuren wiskunde terug te brengen, omdat het simpelweg niet gevuld krijgt. Op zichzelf zijn dit geen rampen. Samen bouwen ze op tot een onderwijspraktijk waarin de wiskundige basis van leerlingen minder stevig wordt gelegd dan vijftien jaar geleden. Scholen zijn hier doorgaans niet over blij, maar de keuze is vaak tussen iets minder goed wiskundeonderwijs of helemaal geen wiskundeonderwijs. Beide opties kosten. Er is geen enkelvoudige oorzaak. Drie factoren werken gelijktijdig, en hun effect versterkt elkaar. Veel scholen hebben wiskundesecties waarin het gros van de ervaren docenten tussen de 55 en 65 jaar is. De uitstroom door pensionering is daardoor geconcentreerd in een relatief korte periode, terwijl de instroom van nieuwe wiskundedocenten al jaren achterblijft. Een docent wiskunde die met pensioen gaat, kan niet één-op-één worden vervangen — er is simpelweg niemand om in de plaats te zetten. Het aantal studenten dat kiest voor een tweedegraads lerarenopleiding wiskunde is al jaren laag en daalt per cohort verder. Dezelfde trend is zichtbaar bij de universitaire lerarenopleidingen, waar eerstegraads wiskundedocenten worden opgeleid. De opleidingsinspanning komt dus structureel niet in de buurt van de vervangingsvraag. Voor iedere twee wiskundedocenten die uitstromen, wordt er ongeveer één bevoegde kandidaat opgeleid. Wiskundigen zijn ook buiten het onderwijs gewild. IT, finance, engineering, data science en consultancy trekken elk jaar een flink deel van de wiskunde-afgestudeerden weg. Het salaris en de werkomstandigheden in die sectoren zijn vaak gunstiger, zeker in de eerste tien jaar van iemands loopbaan. Een pas afgestudeerde wiskundige die kiest voor het onderwijs, kiest vrijwel altijd tegen een beter betaalde optie. “In mijn sectie hebben we al drie jaar een openstaande halve vacature. We vervullen hem wel op papier, maar in de praktijk verdelen we de lessen over de bestaande collega's. Iedereen heeft structureel twee uur extra per week. Dat is ons 'tekort' — en het staat in geen enkele statistiek.” — Sectievoorzitter wiskunde, havo/vwo-school in Zuid-Holland Landelijke cijfers verbergen enorme regionale verschillen. In Amsterdam lag het lerarentekort in het voortgezet onderwijs op ongeveer 6,5% in 2024, stabiel sindsdien. In stadsdelen als Nieuw-West loopt dat op tot bijna 10%. Tegelijkertijd zijn er onderwijsregio's waar het totale tekort onder de 2% zit. Wie op een school werkt waar gaten niet gedicht worden, merkt weinig van een gunstig landelijk gemiddelde. Voor wiskunde specifiek ligt het zwaartepunt in de G5: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere. In deze steden is het aanbod aan bevoegde wiskundedocenten het laagst, terwijl de vraag door het aantal scholen en de leerlingenaantallen juist hoog is. Ook in Noordwest-Nederland als geheel ligt de tekortprognose voor wiskunde op zo'n 106 fte in 2029, volgens cijfers van de onderwijsregio's. Zoek je een baan? Op MeesterBaan filter je eenvoudig op regio. Bekijk bijvoorbeeld alle wiskunde-vacatures in Noord-Holland of gericht vacatures in Amsterdam. Onze eigen vacaturedata bevestigen het beeld uit de landelijke cijfers. In 2025 stonden er op MeesterBaan ruim 18.500 vacatures open in het voortgezet onderwijs, verdeeld over meer dan 4.100 wervende scholen. Dat is een stijging van het aantal wervende scholen ten opzichte van 2024, terwijl het totale vacaturevolume licht daalde. De interpretatie: meer scholen zoeken, maar ze publiceren selectiever. Voor een wiskundedocent betekent dat concreet dat je vrijwel geen week voorbij ziet gaan zonder nieuwe geschikte vacatures. Een ander signaal dat we structureel waarnemen: wiskundedocenten die hun OnderwijsID op vindbaar zetten, worden gemiddeld binnen enkele weken rechtstreeks benaderd door schoolbesturen. Bij andere vakken gebeurt dat minder vaak en minder snel. De arbeidsmarkt voor wiskunde is daarmee een van de weinige plekken waar de kandidaat de regie heeft, niet de werkgever. De gevolgen van het tekort worden soms in abstracte termen besproken ("kwaliteit van het onderwijs"), maar ze laten zich vrij concreet aflezen. Lessen die uitvallen. Klassen die groeien. Ontwikkelinitiatieven die worden uitgesteld, omdat de ervaren docenten al hun tijd kwijt zijn aan regulier lesgeven. Mentoraten die over te weinig docenten worden verdeeld, waardoor elke mentor meer leerlingen begeleidt dan ideaal is. Voor leerlingen, met name in het vmbo en de onderbouw van havo/vwo, leidt dit tot wisselende docenten door het jaar heen, onderbroken curriculumopbouw en soms een inhoudelijke achterstand die pas in de examenklas zichtbaar wordt. De schoolinspectie wijst hier al enkele jaren op. De oplossing is alleen ingewikkeld zolang de onderliggende vijver van bevoegde kandidaten zo klein is. Nuance: niet alle scholen voelen het tekort even sterk. Scholen in een regio met leerlingdaling hebben het makkelijker dan scholen met groeiende leerlingenaantallen. En een school met een stabiele, ervaren sectie kan jaren lang soepel functioneren, terwijl de buurschool twee straten verder structureel worstelt. De maatregelen werken langzaam, maar ze bestaan. Zij-instromers vanuit het bedrijfsleven zijn inmiddels een belangrijke aanvullende instroomroute geworden. De cao VO 2025-2027 bevat afspraken die de werkdruk moeten verlichten, waaronder een verlaging van de maximale lestaak van 750 naar 720 klokuren per jaar. Op veel scholen is een arbeidsmarkttoelage voor tekortvakken beschikbaar, met bedragen die per schoolbestuur verschillen. En een groeiend aantal schoolbesturen biedt startende wiskundedocenten direct een vast contract, of in elk geval een jaarcontract met uitzicht op vast. De tijd van stapelen van korte contracten is voor wiskunde grotendeels voorbij. Daarnaast experimenteren scholen met andere oplossingen: online lesmodules van externe aanbieders, gezamenlijke wiskundeteams over meerdere vestigingen, of het combineren van wiskundeposities met bovenbouwvakdidactiek. Voor een nieuwkomer zijn dat vaak interessante startplekken, omdat er ruimte is om mee te bouwen. Kort en nuchter: de baan wacht op je. Niet met één specifieke school, maar in brede zin. Of je nu net bent afgestudeerd, vanuit het bedrijfsleven wilt overstappen als zij-instromer, of na een paar jaar pauze wilt terugkeren: er zijn plekken, en scholen zijn bereid te investeren in wie zich meldt. Meer context over de bredere onderwijsarbeidsmarkt vind je in onze kennisbank-pagina over het lerarentekort in Nederland. De keerzijde moet ook gezegd. Je stapt in een vak waar collega's langer dan gewenst op je hebben gewacht, waar de sectie soms onder druk staat, en waar je in je eerste jaar meer zelf moet regelen dan in een sector met ruime bezetting. Dat is geen afrader; het is een realiteit waar je rekening mee houdt. Scholen die hierover eerlijk zijn in het sollicitatiegesprek, laten daarmee zien dat ze de situatie serieus nemen. Onze blog over leraar worden vanuit het bedrijfsleven geeft meer inzicht in de praktische stappen als je vanuit een andere sector wilt instappen. Bekijk alle wiskunde-vacatures Het tekort aan wiskundedocenten ligt rond de 600 fte onvervulde werkgelegenheid, waarmee wiskunde samen met Nederlands aan kop staat in het voortgezet onderwijs. Een aanzienlijk deel hiervan is 'verborgen' tekort: vacatures die intern worden opgelost door extra uren of grotere klassen, zonder dat een echte vacature openstaat. De G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Almere) kampt met de hoogste tekortpercentages, in Amsterdam rond de 6,5%. Maar ook buiten de Randstad, bijvoorbeeld in Noordwest-Nederland, ligt het wiskundetekort op ruim 100 fte. Het probleem is landelijk, maar het verschil tussen een wijk in Nieuw-West en een school in Noord-Brabant kan flink zijn. Vergrijzing onder zittende docenten, krimpende instroom op de lerarenopleidingen wiskunde, en de concurrentie met sectoren als IT, finance en engineering die wiskundigen hogere salarissen bieden. Die combinatie zorgt ervoor dat de vijver van potentiële kandidaten elk jaar kleiner wordt. Ja, en vaker dan officiële cijfers doen vermoeden. Onbevoegde docenten, LIO-stagiairs en collega's uit aanpalende vakken nemen lessen over, soms voor langere tijd. Dat is een pragmatische oplossing met reële gevolgen: de werkdruk op de bevoegde wiskundedocenten stijgt, en leerlingen krijgen niet altijd de lessen die ze zouden moeten krijgen. De arbeidsmarkt is in jouw voordeel. Scholen bieden vrijwel altijd een vast uitzicht op jaarcontract, vaak met een arbeidsmarkttoelage voor tekortvakken. Zij-instromers zijn expliciet welkom en worden betaald tijdens hun traject. De keerzijde: je stapt in een vak waarin de druk reëel is en collega's al langer dan gewenst te weinig zijn.Hoe groot is het tekort aan wiskundedocenten op dit moment?
Wat betekent 600 fte in de praktijk?
Waar komt het tekort vandaan?
Vergrijzing binnen de sectie
Krimpende instroom op de lerarenopleidingen
Concurrentie met andere sectoren
Regionale verschillen: waar is het tekort het grootst?
Regio Kenmerk Wiskunde-specifiek G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Almere) Hoogste tekortpercentages VO Wiskunde bij hoogste absolute tekorten Amsterdam Nieuw-West, Noord, Oost Tekort tot 9,8% Wiskunde top-3 grootste vaktekorten Noordwest-Nederland Prognose wiskunde 2029: 106 fte Tweede grootste vaktekort na Nederlands Landelijk gemiddelde Totaal 3,4% lerarentekort Wiskunde rond 600 fte onvervuld Regio's buiten Randstad Variatie van 1 tot 7% Sterk afhankelijk van leerlingendaling Wat zien we op MeesterBaan zelf?
Gevolgen voor scholen en leerlingen
Wat doen scholen en overheid eraan?
Wat betekent dit als jij wiskundedocent wilt worden?
Veelgestelde vragen
Hoe groot is het tekort aan wiskundedocenten in Nederland?
In welke regio's is het wiskundetekort het grootst?
Wat zijn de belangrijkste oorzaken?
Worden wiskundetekorten vaak ingevuld door onbevoegden?
Wat betekent dit als ik wiskundedocent wil worden?
