Cao VO of MBO voor docent wiskunde: de verschillen
Wat is het verschil tussen de cao VO en de cao MBO voor een docent wiskunde?
Het verschil zit vooral in hoe je werktijd wordt geteld. In het voortgezet onderwijs rekent de school met lesuren plus een opslagfactor voor voorbereiding en overige taken. In het mbo krijg je een jaartaak in klokuren, waarbinnen onderwijsontwikkeling een grotere plaats heeft. Dat bepaalt hoe vol je week voelt bij hetzelfde aantal contacturen.
Als docent wiskunde kun je lesgeven op een middelbare school of op een ROC. Inhoudelijk is dat een groter verschil dan veel mensen denken, maar de arbeidsvoorwaarden schelen ook. Twee verschillende cao's, twee verschillende benaderingen van werktijd, twee verschillende stelsels rond vakanties en scholing. Welke past bij jouw leven, hangt af van wat je belangrijk vindt, en dat is zelden alleen het maandsalaris.
Deze vergelijking tussen de cao VO en de cao MBO voor een wiskundedocent legt de belangrijkste verschillen naast elkaar. Geen algemeenheden, maar de cijfers en afspraken zoals ze in 2026 gelden. Aan het eind weet je welke cao beter bij jouw situatie past.
Twee cao's, twee verschillende momenten
Eerst even een praktische observatie. De cao's lopen niet synchroon. De CAO VO 2025-2027 is op 5 november 2025 afgesproken en loopt tot 1 maart 2027. De CAO MBO 2025-2026 is korter: van 1 augustus 2025 tot 1 maart 2026, waarna de onderhandelingen voor de volgende cao in 2026 starten. Dat betekent dat wat je nu vergelijkt over een half jaar alweer kan verschuiven. Houd er rekening mee dat de MBO-afspraken waarschijnlijk voor de zomer 2026 opnieuw onder de loep gaan.
De loonsverhogingen verschillen ook in hun opbouw. In het MBO ging per 1 januari 2025 een structurele verhoging van 5,1% in, met terugwerkende kracht uitbetaald in september 2025. In het VO is een totaal van 5,8% afgesproken, verdeeld over de looptijd van de cao. Op jaarbasis ontlopen die twee elkaar niet veel, maar het gevoel bij je loonstrookje verschilt wel.
Salaris en schalen: waar zit het echte verschil?
Wiskundedocenten worden in beide sectoren meestal ingeschaald in LB of LC, afhankelijk van bevoegdheid en functie-inhoud. LD komt voor docenten met zwaardere taken of bovenbouwspecialisatie. De bedragen zijn vergelijkbaar, maar niet identiek.
| Schaal | CAO VO (nov 2025) | CAO MBO (jan 2025) |
|---|---|---|
| LB trede 12 (fulltime) | € 5.520 bruto per maand | Rond € 5.520 bruto per maand |
| LC trede 12 (fulltime) | € 6.432 bruto per maand | Rond € 6.430 bruto per maand |
| LD trede 12 (fulltime) | € 7.313 bruto per maand | Rond € 7.310 bruto per maand |
| Eindejaarsuitkering | 8,0% | 8,33% |
| Vakantietoeslag | 8,0% | 8,0% |
Over een jaar gerekend levert die hogere eindejaarsuitkering in het MBO bij een LB trede 12-salaris enkele honderden euro's extra op. Niet wereldschokkend, maar wel het vermelden waard. Wat doorgaans meer verschil maakt, is de snelheid waarmee je doorstroomt naar LC of LD. In het MBO gaat dat soms sneller, omdat extra taken (zoals curriculumontwikkeling voor een beroepsopleiding) makkelijker leiden tot een hogere schaal. In het VO is de doorstroom naar LC vaak gekoppeld aan een eerstegraads bevoegdheid.
Werkdruk en taakbeleid: hier zit het echte verschil
Als je cao's op salaris vergelijkt, kom je niet ver. Het echte verschil zit in hoe je werkweek is opgebouwd. Dit is ook het punt waar wiskundedocenten uit de twee sectoren het meest uiteenlopend over vertellen.
Zo werkt het in het VO
In het VO werk je met een jaartaak: een totaal aantal werkbare uren per schooljaar, waarin lesgebonden uren, voorbereiding, nakijken, mentoraat en schooltaken zijn opgenomen. De nieuwe cao VO 2025-2027 brengt hier een concrete verbetering: de maximale lestaak daalt van 750 naar 720 klokuren per jaar. Dat is niet niks. Dertig uur minder lesgeven per jaar is voor een wiskundedocent met veel nakijkwerk een merkbaar verschil. Het mentoraat wordt bovendien formeel erkend als overige taak, en er komt een verplicht 'professioneel gesprek' in het team over taakverdeling, klassengrootte en werkdruk.
De schaduwkant: de lesuren zijn geconcentreerd binnen een vaste dagstructuur. Je eerste lesuur begint vaak om half negen, en een roosterplek (zeker voor wiskunde met meerdere parallelklassen) laat zich moeilijk bijsturen.
Zo werkt het in het MBO
In het MBO werken docenten met een 40-urige werkweek, waarin 1200 contacturen (lesgebonden uren) de norm zijn voor een fulltime aanstelling. Het resterende deel is voor voorbereiding, begeleiding, ontwikkeltaken en teamoverleg. Wat het MBO opvallend anders maakt: iedere werknemer heeft recht op een scholingsbudget van € 500 per jaar, en er komt een vorm van Individueel Keuzebudget (IKB) waarmee je vanaf 1 januari 2026 meer flexibiliteit krijgt over bijvoorbeeld je eindejaarsuitkering.
De werkdynamiek is wezenlijk anders. In plaats van lessen van 50 minuten in vaste klassen, werk je vaak met blokken van anderhalf of twee uur, in wisselende groepen, soms in een praktijklokaal. Een wiskundedocent op een ROC techniek geeft op maandag les over formules aan autotechnici en op woensdag statistiek aan aankomend verpleegkundigen. Die afwisseling is voor sommigen de kern van de aantrekkingskracht; anderen missen juist de verdieping die je in een havo-4-klas over meerdere jaren opbouwt.
"In het VO bouwde ik een vertrouwensband op over drie of vier jaar. In het MBO zie ik studenten soms maar één blok, tien weken. Dat is een andere manier van werken. Niet slechter, echt anders."
Wiskundedocent, overstap van een vwo naar een ROC in 2023
Vakanties: minder verschil dan je denkt
De volksmythe wil dat docenten in het VO écht meer vrij zijn dan in het MBO. Dat klopt gedeeltelijk. Het VO volgt de officiële schoolvakanties strikt: herfst, kerst, voorjaar, meivakantie, zomer. Samen is dat ongeveer twaalf weken roostervrij per jaar, al moet je tijdens een deel daarvan (bijvoorbeeld de zomer) natuurlijk ook lessen voorbereiden en taakuren afronden.
Het MBO volgt dezelfde landelijke vakantieverdeling, maar de invulling per instelling verschilt. Sommige ROC's werken met tussentijdse instroom en blokstructuren, waardoor je vakantieweken niet altijd samenvallen met die van collega's in het VO. Voor wiskundedocenten die eens rustig in de herfst of het voorjaar op vakantie willen buiten de piektarieven om, is dat juist een voordeel. Voor wie op vakantie wil met schoolgaande kinderen, niet.
Let op: in beide sectoren hoor je weleens van docenten dat ze "minder vakantie hebben dan het lijkt". Dat klopt: roostervrije weken zijn niet hetzelfde als vrije dagen. Voorbereiding van het nieuwe blok of schooljaar valt meestal deels in je vakantie. Dat is zo in het VO, en dat is zo in het MBO.
Scholing en ontwikkeling
Hier heeft het MBO een concreet voordeel. Elke werknemer heeft recht op € 500 scholingsbudget per jaar, specifiek voor scholing en professionalisering in de eigen functie of loopbaan. Met overleg van je leidinggevende kan dat worden opgespaard voor een meerjarige opleiding. In het VO is het scholingsbudget niet zo expliciet in de cao vastgelegd; scholen regelen dat zelf, meestal via een jaarlijks professionaliseringsbudget op schoolniveau.
Voor een wiskundedocent die zich wil bijscholen in een specifieke richting (bijvoorbeeld datavisualisatie, didactiek van het nieuwe examenprogramma, of een bevoegdheidsuitbreiding) is dat MBO-budget makkelijker te claimen dan een schoolbreed potje dat met vijftig collega's gedeeld wordt. Wie bewust investeert in zijn ontwikkeling, merkt dat verschil.
De inhoudelijke kant: wat geef je eigenlijk?
Misschien wel het belangrijkste verschil tussen de twee sectoren is niet de cao, maar wat je inhoudelijk doet. Dit staat niet in de arbeidsvoorwaarden, maar bepaalt wel hoe je werkweek voelt.
In het VO geef je wiskunde volgens een vast curriculum. Havo/vwo volgt de opbouw van de eindtermen, met wiskunde A, B, C of D in de bovenbouw. Je werkt jarenlang met dezelfde leerlingen aan dezelfde stof, en ziet hoe iemand van struikelblok naar succes groeit. In het MBO geef je wiskunde bijna altijd in een context: economie voor handelsopleidingen, natuurkunde voor technici, statistiek voor zorgstudenten. Je werkt nauw samen met vakdocenten, en de wiskunde is dienstbaar aan het beroep, niet andersom.
Voor een wiskundige met een sterke voorkeur voor pure wiskunde (abstractie, bewijzen, verdieping) past het VO doorgaans beter. Voor iemand die wiskunde vooral als toegepast instrument ziet en energie krijgt van verschillende beroepscontexten, is het MBO aantrekkelijker. Deze voorkeur is zelden neutraal en is een betere voorspeller voor werkplezier dan het salaris.
Samenvattende tabel
Alles op één plek voor snelle vergelijking, met de cao-afspraken zoals ze per april 2026 gelden.
| Kenmerk | CAO VO 2025-2027 | CAO MBO 2025-2026 |
|---|---|---|
| Looptijd | 1 nov 2025 tot 1 mrt 2027 | 1 aug 2025 tot 1 mrt 2026 |
| Loonsverhoging | 5,8% verdeeld over looptijd | 5,1% per 1 jan 2025 |
| Functieschalen wiskunde | LB, LC, LD | LB, LC, LD |
| Eindejaarsuitkering | 8,0% | 8,33% |
| Vakantietoeslag | 8,0% | 8,0% |
| Maximale lestaak | 720 klokuren per jaar (vanaf 2026) | 1200 contacturen per jaar |
| Scholingsbudget | Afhankelijk van schoolbeleid | € 500 per jaar per werknemer |
| Werkweekstructuur | Jaartaak | 40-urige werkweek |
| Vakantieweken | Strikt volgens schoolvakanties | Volgt schoolvakanties, met variatie per instelling |
| IKB | 50 uur inzetbaar voor studieschuld DUO | Introductie vanaf 1 jan 2026 |
Welke cao past bij jou?
Een simpele beslisregel bestaat niet, maar er zijn wel richtingen. Kies het VO als je houdt van inhoudelijke verdieping, langdurige leerlingcontacten en een vast dagritme. Kies het MBO als je energie krijgt van afwisseling, contextueel werken en zelf meer regie over je scholingsbudget. Voor zij-instromers vanuit het bedrijfsleven is het MBO vaak een natuurlijker eerste stap, omdat praktijkervaring daar direct tastbaar is in de klas.
Zij-instroom wiskunde: in welke sector start je sneller?
Wiskunde is een tekortvak en beide sectoren werven actief zij-instromers, maar de routes verschillen. In het MBO kun je instromen via een PDG-traject (Pedagogisch Didactisch Getuigschrift): een verkorte didactische opleiding van ongeveer twee jaar, naast je werk als docent. Bedoeld voor vakmensen uit de praktijk, dus iemand met een ICT-, ingenieurs- of economieachtergrond past hier goed. Praktijkervaring telt direct mee voor inschaling in een hogere trede.
In het VO loopt zij-instroom via een geschiktheidsonderzoek bij een universitaire of hbo-lerarenopleiding, gevolgd door een maatwerktraject van maximaal twee jaar. De school neemt je in dienst en vraagt voor jou een zij-instroomsubsidie aan bij DUO van maximaal 25.000 euro. Voor een wiskundedocent met een wo-master in een exact vak (wiskunde, natuurkunde, econometrie, technische wetenschappen) is de stap naar het VO inhoudelijk vaak het meest natuurlijk.
Welke scholen op dit moment specifiek wiskunde-zij-instromers werven, vind je in het overzicht van zij-instroom vacatures docent wiskunde, daar staan alleen vacatures waarbij de school openstaat voor kandidaten zonder lesbevoegdheid.
Aan de slag
Wil je meer weten over de zij-instroomroutes die naar beide sectoren leiden? In onze blog leraar worden vanuit het bedrijfsleven staat een overzicht van de verschillende paden per onderwijssoort. Voor de inhoudelijke kant van het vak kun je verder lezen in onze blogs over het lerarentekort wiskunde en de keuze tussen gymnasium of brede scholengemeenschap.
Wil je concrete vacatures bekijken? Begin met het landelijke overzicht van vacatures docent wiskunde, of zoek regionaal, bijvoorbeeld in Noord-Holland. Staat er niets interessants tussen? Maak een OnderwijsID aan en zet je profiel op vindbaar; schoolbesturen met een acute wiskundebehoefte zoeken vaak direct in de database.
Veelgestelde vragen
Verdien je als wiskundedocent meer in het VO of in het MBO?
De bruto maandbedragen in LB, LC en LD liggen in beide cao's dicht bij elkaar. Het MBO heeft met 8,33% een iets hogere eindejaarsuitkering dan het VO (8,0%), en het MBO kreeg per 1 januari 2025 een verhoging van 5,1%. Het VO kreeg per 1 november 2025 5,8% verspreid over de looptijd. Over een jaar gerekend zijn de verschillen meestal beperkt.
Waar is de werkdruk lager: VO of MBO?
Beide sectoren kampen met werkdruk, maar op andere manieren. In het VO daalt de maximale lestaak per 2026 van 750 naar 720 klokuren en wordt het mentoraat formeel erkend als taak. In het MBO werk je doorgaans met een 40-urige werkweek en een bredere taakverdeling, waarbij lesuren minder dominant zijn. Wat 'minder zwaar' voelt hangt af van je persoonlijke voorkeur voor routine of variatie.
Heb ik voor het MBO een andere bevoegdheid nodig dan voor het VO?
Gedeeltelijk. Voor het VO heb je een tweede- of eerstegraads lesbevoegdheid nodig. Voor het MBO volstaat een tweedegraads bevoegdheid of een PDG (Pedagogisch Didactisch Getuigschrift) voor vakmensen uit de praktijk. Zij-instromers kunnen in beide sectoren starten, maar het MBO kent een eigen route via PDG.
Hoe zit het met vakanties in het MBO?
MBO-instellingen volgen grotendeels de landelijke vakantiespreiding, maar de invulling verschilt per instelling en opleiding. Sommige ROC's werken met tussentijdse instroom en blokken, wat betekent dat je niet altijd tegelijk met het hele team vrij bent. In het VO zijn de vakantieweken strikter gekoppeld aan de roostervrije weken.
Welke sector is beter voor zij-instromers wiskunde?
Dat hangt af van je achtergrond. Het MBO waardeert praktijkervaring sterk en heeft een eigen verkorte route via het PDG-traject van twee jaar, naast je werk. Het VO kijkt meer naar inhoudelijke diepte en didactische ontwikkeling, met een maatwerktraject via een lerarenopleiding en DUO-subsidie. Eerdere werkervaring telt in beide cao's mee voor inschaling. Op zij-instroom vacatures wiskunde zie je welke scholen op dit moment actief werven.
Hoe vind ik vacatures voor zij-instroom als wiskundedocent?
Op MeesterBaan kun je het vacatureoverzicht filteren op zij-instroom. Via vacatures docent wiskunde met zij-instroom zie je uitsluitend scholen die openstaan voor kandidaten zonder lesbevoegdheid en bereid zijn een zij-instroomtraject met DUO-subsidie of PDG-traject aan te vragen.
Meer lezen
CAO VO 2025-2027 (Algemene Onderwijsbond), CAO MBO 2025-2026 (MBO Raad), DUO (zij-instroomsubsidie en lerarenbeurs), Rijksoverheid, Werken in het onderwijs (PDG-route MBO en zij-instroomroutes VO), MeesterBaan feiten en cijfers.
Laatste update: mei 2026.
