Wat je als leraar verdient, hangt af van drie dingen: je schaal, je trede binnen die schaal en het aantal uren dat je werkt. De schaal volgt uit je functie en je bevoegdheid, de trede uit je ervaringsjaren. Omdat alles in de cao is vastgelegd, valt er weinig over te onderhandelen, maar kun je wel vooraf precies uitrekenen waar je op uitkomt.
Welke salarisschalen kent het onderwijs?
Het onderwijs werkt met de leraarschalen LB, LC en LD. In het basisonderwijs is LB de standaardschaal voor een groepsleerkracht. LC en LD komen voor bij extra taken, bij een specialistenfunctie of, in het voortgezet onderwijs, bij lesgeven in de bovenbouw van havo en vwo. Onderstaande bedragen komen uit de salaristabel bij de cao primair onderwijs 2025-2027 en gelden per 1 november 2026, bij een volledige betrekking.
| Schaal | Waar je die tegenkomt | Minimum bruto per maand | Maximum bruto per maand |
|---|---|---|---|
| LB | Groepsleerkracht basisonderwijs | 3.665 euro | 5.586 euro |
| LC | Leraar met extra taken of specialisatie | 3.688 euro | 6.509 euro |
| LD | Bovenbouw havo en vwo, eerstegraads | 3.703 euro | 7.401 euro |
Het voortgezet onderwijs en het mbo hebben hun eigen cao met eigen tabellen. De bedragen liggen dicht bij elkaar, maar de opbouw van de tredes en de toelagen verschilt. Kijk voor die sectoren in de cao voortgezet onderwijs.
Hoe werkt de groei per trede?
Binnen elke schaal staan tredes. Je start op de trede die past bij je ervaring en schuift daarna in principe jaarlijks een trede op, tot je het maximum van de schaal bereikt. Dat betekent dat twee leerkrachten in dezelfde functie honderden euro's per maand kunnen verschillen, puur door dienstjaren. Wie vanuit een ander beroep instroomt, kan relevante werkervaring soms laten meetellen bij de inschaling. Vraag daar bij het aanbod expliciet naar, want het scheelt jaren.
Reken het om naar jouw deeltijdfactor
De bedragen in de cao gelden bij een volledige baan. Werk je 0,8 fte, dan vermenigvuldig je het bedrag met 0,8. Op de pagina fte berekenen in het onderwijs staat hoe je van uren naar werktijdfactor komt.
Wat komt er boven op het brutosalaris?
Het maandbedrag is niet het hele verhaal. Elke leraar krijgt 8 procent vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van 8,33 procent, wat neerkomt op een volledige dertiende maand. Daarnaast is er een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer, bouw je pensioen op bij het ABP en heb je een persoonlijk budget voor scholing en ontwikkeling. Bij elkaar tilt dat het jaarinkomen ongeveer zestien procent boven twaalf keer het maandbedrag.
Wat houd je netto over?
Wat er onder aan de streep overblijft, verschilt per persoon. De pensioenpremie, de heffingskortingen, je deeltijdfactor en je persoonlijke situatie bepalen samen het nettobedrag, en die zijn voor twee collega's met hetzelfde brutosalaris zelden gelijk. Een bruto-nettoberekening bij je eigen schaal en trede geeft daarom een betrouwbaarder beeld dan een gemiddelde. Vraag je toekomstige werkgever om die berekening voordat je tekent.
Hoe groei je door naar een hogere schaal?
Doorgroeien gaat langs drie routes. De eerste is functiedifferentiatie: extra taken zoals intern begeleider, coördinator of vakspecialist, waar vaak een hogere schaal bij hoort. De tweede is een hogere bevoegdheid, bijvoorbeeld een eerstegraads master, waarmee je in het voortgezet onderwijs in de bovenbouw kunt lesgeven. De derde is de overstap naar schoolleiding of naar het hbo, waar andere schalen gelden. Welke route past, hangt af van of je dichter bij de klas wilt blijven of juist niet.
